Een op de zes scholen heeft klassen met meer dan 30 leerlingen erin. Bij hele grote scholen, van meer dan 500 leerlingen, geldt dat zelfs voor een op de vijf.

Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

De vakbond heeft aan het begin van het schooljaar een enquête gehouden onder ruim drieduizend leraren in het basis-, speciaal- en voortgezet onderwijs.

''De oversized klas is normaal geworden’’, zegt een woordvoerder van de AOb. Hij noemt die ontwikkeling zorgelijk. ''Zeker op het gebied van passend onderwijs: meer zorgleerlingen worden in reguliere klassen geplaatst en het is maar de vraag of zij de aandacht krijgen die ze nodig hebben als ze met nog eens 30 andere kinderen in de klas zitten.''

De AOb hield vorig jaar een soortgelijke enquête. In vergelijking daarmee blijkt dat de groepsgrootte in het basisonderwijs iets gestegen is, van gemiddeld 25,6 vorig schooljaar naar 25,7 leerlingen dit jaar.

Voortgezet onderwijs

In het voorgezet onderwijs stijgt het aantal leerlingen per groep van gemiddeld 26 naar 26,3. De groepen in het speciaal onderwijs worden iets kleiner, 12,9 vorig jaar naar gemiddeld 12 leerlingen per klas dit jaar.

Het ministerie van Onderwijs peilt ook ieder jaar het gemiddeld aantal leerlingen per klas. Het departement komt in het najaar met de bevindingen.

Uit elkaar

Vorig jaar bleek dat de cijfers van het ministerie en de AOb een heel stuk uit elkaar lagen: volgens het ministerie zaten er toen gemiddeld 22,8 leerlingen in een klas op de basisschool, bijna drie minder dan de berekeningen van de AOb.

Het verschil zat waarschijnlijk in de manier waarop de onderzoeken werden uitgevoerd: het ministerie hield een steekproef onder scholen, de AOb ondervroeg leraren.