Het besluit van minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie om de kosten van inzet van politie bij wedstrijden niet door te berekenen aan de betaaldvoetbalclubs, is met grote instemming ontvangen bij de KNVB. 

''We zien ons door de overheid gesterkt in onze overtuiging dat clubs hun verantwoordelijkheid nemen voor de orde binnen de stadions en dat de overheid verantwoordelijk is voor de veiligheid op straat'', liet de bond woensdag weten.

Opstelten ziet af van zijn plannen uit het lenteakkoord van vorig jaar, die neerkwamen op een doorberekening van politiekosten voor een bedrag van 30 miljoen euro.

De voetbalbond ageerde destijds heftig tegen die lastenverzwaring voor de clubs. De minister stelt nu dat de clubs in de stadions zelf al goed de veiligheid in de hand hebben.

De KNVB beaamt dat: ''Door de intensieve samenwerking tussen clubs, gemeenten, politie, het Openbaar Ministerie en de KNVB is de veiligheid rondom het voetbal toegenomen en de politie-inzet al jaren dalende. Zo hebben clubs de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in moderne stadions, toegangscontrolesystemen, camera's en een professionele stewardorganisatie.''

Overtredingen buiten de stadions worden doorgaans begaan door criminelen, stelt de bond verder. ''Niet door de 99 procent welwillende supporters. Deze ene procent verpest het voetbal voor de rest en moet daarom stevig aangepakt worden.''