De hoofdverdachte in de Kunsthalroof heeft deze zomer gesproken met de Nederlandse justitie over het teruggeven van een aantal kunstwerken.

Het Openbaar Ministerie (OM) bevestigde aan de NOS dat er gesproken is met Radu Dogaru, maar dat de gesprekken niet hebben geleid tot de overtuiging dat hij de werken echt in bezit had.

Dogaru, die samen met een handlanger vorig jaar zeven schilderijen heeft gestolen uit de Rotterdamse Kunsthal, vroeg twee keer om een gesprek met het Nederlandse OM.

Volgens de Roemeense aanklager in de zaak, Raluca Botea, hoopte Dogaru op een deal. Dogaru beloofde vier werken terug te geven als hij zijn straf in Nederland mocht uitzitten.

Weigeren

Tijdens het eerste gesprek dat de Roemeen had met het Nederlandse OM weigerde hij te praten. De tweede keer sprak hij wel, maar toen hem door de aanklagers een week de tijd werd aangeboden om met bewijs te komen dat hij de werken in bezit had ondernam hij niets.

Begin augustus werd door de advocate van de dief gesproken over het bestaan van de doeken. Volgens haar zouden zeker twee schilderijen in ongeschonden staat zijn.

Roemeense media noemden destijds de uitspraken van de advocate slechts een manier om het proces op te schorten in de hoop dat haar cliënt zou worden berecht in Nederland.

Verbrand

Er zijn aanwijzingen dat de schilderijen zijn verbrand in het huis van de moeder van Dogaru. De Roemeense aanklagers stellen echter tegenover NOS dat "nog niks vast staat en het onderzoek nog in volle gang is".

Dogaru en de vijf andere verdachten in de zaak komen morgen voor.