Ruim 100 politievrijwilligers hebben 8 maanden lang onterecht een dienstwapen gedragen.

Volgens een regeling die in januari is ingegaan, had de korpschef toestemming moeten vragen aan de minister van Veiligheid en Justitie voor hun pistool, maar dat is niet gebeurd.

Met de wapens waar het om gaat is overigens niet geschoten, meldde de nationale politie vrijdag.

''Het verzoek is per abuis achterwege gebleven'', liet de politie weten. Zij meldde ook dat de bewuste vrijwilligers, die bij korpsen door het hele land werken, hun dienstpistool hebben ingeleverd. De politie heeft de benodigde toestemmingsprocedure inmiddels in gang gezet.

In een reactie zei het ministerie: ''Zodra de verzoeken binnenkomen, zullen ze zo snel mogelijk worden gehonoreerd, waarmee de ontstane situatie wordt gerepareerd.''

Heel ongelukkig

Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP, noemt de fout ''heel ongelukkig''. Volgens hem is sprake van ''een misverstand'' dat te wijten is aan de vorming van de nationale politie in januari.

''Dat was een kolossale verandering, met ontzettend veel nieuwe werkwijzen. Het zou bijna onmogelijk zijn om daarin geen enkele fout te maken''.

De voorzitter is blij dat er niet geschoten is met de betreffende wapens. ''Anders zou er wel een serieus probleem zijn.'' Hij gaat ervan uit dat de vrijwilligers snel alsnog groen licht krijgen voor het dragen van een wapen.

In totaal zijn er ongeveer 3200 politievrijwilligers.