Het Openbaar Ministerie (OM) scherpt het beleid voor het gebruik van foto's en camerabeelden bij de opsporing van verdachten aan.

Het College van Procureurs-Generaal werkt op dit moment aan modernisering van de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving aangepast, rekening houdend met de ontwikkelingen in de sociale media. Wat die veranderingen inhouden, wil landelijk persofficier Ernst Pols nog niet zeggen. 

"Er staat een nieuwe versie in de steigers, maar die is nog te veel in concept om daar nu al mededelingen over te doen", aldus Pols. Hij benadrukt dat die aanpassing niets te maken heeft maken met recente voorbeelden van strafvermindering.

Modernisering van de opsporingsberichtgeving is volgens Pols al langer in voorbereiding. In elk geval wordt volgens hem in de toekomst "zorgvuldiger en voorzichtiger" gebruik gemaakt van het verspreiden van foto's en beelden van verdachten.

Het OM kreeg recent enkele tikken op de vingers van rechterlijke macht wegens schending van de privacy. Verdachten in strafzaken ontvingen in enkele gevallen een lagere straf, omdat zij herkenbaar in beeld waren geweest in de media.

Eindhoven

Meest actuele voorbeeld daarvan is de mishandelingszaak in Eindhoven. De rechtbank in Den Bosch vindt dat het OM zorgvuldiger had moeten zijn met het uitzenden van camerabeelden van de mishandeling van een man in het uitgaansgebied van Eindhoven.

Door de strafvermindering is veel maatschappelijke beroering ontstaan. Het OM vindt die lagere straffen en de kritiek op de verspreiding van de camerabeelden ten onrechte. Desondanks wordt voortaan voorzichtiger te werk gegaan.

"We zetten misschien iets meer tussenstappen alvorens beelden uit te zenden of foto's te verspreiden", aldus Pols. "Maar wij houden staande dat ook in die Eindhovense zaak onze belangenafweging zorgvuldig was. Daarom gaan we in hoger beroep."

Effectief

Pols zegt dat er geen weg terug meer is. Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt dat het inroepen van de hulp van het publiek bij opsporing, bijvoorbeeld via het programma Opsporing Verzocht, bewezen effectief is.

Het publiek wil volgens de persofficier in toenemende mate een bijdrage aan de opsporing kunnen leveren en vraagt ook actief om beelden.

Het OM erkent dat sprake is van een fundamentele discussie. "De les van de recente uitspraken van de rechter is dat we alle stappen over het tonen van beelden die de privacy aantasten, beter in het strafdossier moeten beargumenteren."

Feyenoord

Als voorbeeld van een zorgvuldig proces noemt hij de situatie rond de rellen bij het Maasgebouw van Stadion Feyenoord. Daar werden verdachten eerst opgeroepen zich te melden, onder dreiging van bekendmaking van hun foto's. Vervolgens werden de foto's en beelden van enkele verdachten die zich niet hadden gemeld, publiek gemaakt.

Rechtsfilosoof Andreas Kinneging meent dat er een "enorme versimpeling" van strafzaken plaatsvindt. Zo noemt hij de volkswoede in de Eindhovense zaak ten onrechte. "Terecht heeft de rechtbank in Den Bosch op basis van vormfouten strafvermindering gegeven."

Vormfouten

Het OM moet zorgvuldiger zijn in de besluitvorming rond het gebruik van camerabeelden, zegt de Leidse hoogleraar. "Als er boosheid is, dan moet die zich richten op het OM dat vormfouten heeft gemaakt", aldus Kinneging. "Maar die fouten zijn begrijpelijk. Het OM zit niet tot zijn nek, maar tot driehoog in het werk."

De voorzitter van de Vereniging van Strafrechtadvocaten, Bart Nooitgedagt, zegt het een goede zaak te vinden dat rechters bij hun vonnissen rekening houden publicatie van beelden, "zeker nu het gevoel voor privacy in de samenleving nagenoeg dood lijkt te zijn".

Nooitgedagt: "Filmpjes en afbeeldingen zijn nooit meer van internet af te krijgen, je zit er tot het einde der tijden aan vast. Daarom kan ik als strafrechtadvocaat begrip opbrengen dat rechters rekening houden met aantasting van iemands privacy. We moeten voorkomen dat er volksgerichten ontstaan. Ook publiciteit is voor de daders een deel van de straf."

De redactie van Opsporing Verzocht wil niet reageren op het vonnis en de kritiek op de uitgezonden beelden. Volgens een woordvoerster van het programma handelt de redactie louter in opdracht van politie en justitie, die beslissen waar en wanneer beelden worden uitgezonden. "Wij zijn slechts een doorgeefluik", aldus de woordvoerster.