Grote zorgen ingenieurs over stormvloedkering

Zes deskundigen die een leidende rol speelden bij de bouw van de stormvloedkering in de Oosterschelde maken zich grote zorgen over de veiligheid van deze waterkering. 

De ingenieurs stellen dat noodzakelijke bestortingen sinds 2000 niet meer waren uitgevoerd en dat daardoor grote schade aan de bodembescherming is ontstaan.

De ingenieurs hebben hun zorgen gemeld aan de Tweede Kamer en aan Provinciale Staten van Zeeland. Ze zeggen dat er bij de oplevering van de Oosterscheldekering een uitgebreid bestortingsprogramma voor de hellingen van ontgrondingskuilen was gemaakt.

Die kuilen ontstaan door een veranderde, sterkere stroming. Het storten van onder meer staalslakken (hoogovenafval) moet voorkomen dat de hellingen van de kuilen te steil worden en daardoor bezwijken.

Veiligheid

Rijkswaterstaat laat aan NU.nl weten dat de veiligheid van de kering nooit in het geding is geweest. Een woordvoerder laat weten dat de noodzakelijke stortingen wel zijn uitgevoerd, maar in mindere mate. "Misschien hadden we dat meer moeten doen.'

Volgens de briefschrijvers is door het uitblijven van bestortingen de stabiliteit van de Noord-Bevelandse oever van de kering direct in gevaar geweest. "Men liep langs de rand van de afgrond."

Nadat de deskundigen aan de bel hadden getrokken, heeft Rijkswaterstaat enkele noodbestortingen laten uitvoeren.

Maar volgens ingenieur F. Spaargaren, een van de briefschrijvers, zijn de bestortingen daarna weer op een laag pitje komen te staan. "Wij vinden dat er voor de komende 25 jaar een structureel programma moet komen, om te voorkomen dat de stabiliteit van de Oosterscheldekering door erosie in het geding raakt."

Rijkswaterstaat is blij met de melding van de deskundigen. "Als je samen naar gegevens kijkt en en daar kennis uit kunt halen die versterkt waar je mee bezig bent, dan maakt ons dat blij."

Regelmatig

"Rijkswaterstaat en Waterschap Scheldestromen controleren zeer regelmatig de staat van de dijken en dammen'', legt de zegsman uit.

''Rond de Oosterscheldekering liggen matten en blokken om het wegspoelen van zand te voorkomen. Aan de randen van die matten - op minimaal 600 meter van de Oosterscheldekering - ontstaan van nature zogenoemde ontgrondingsgeulen door sterke stromingen. Om te voorkomen dat deze ontgrondingsgeulen te diep worden, worden er bestortingen uitgevoerd.''

Verder laat Rijkswaterstaat weten dat er een aanbesteding is uitgeschreven voor extra onderhoudsbestortingen om ook voor de langere termijn de stabiliteit te waarborgen.

Lees meer over:
Tip de redactie