Samir A., die voor terrorisme is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf, komt op 6 september vrij.

De rechtbank in Rotterdam ziet geen reden om de voorlopige vrijlating met een jaar uit te stellen, zoals het Openbaar Ministerie (OM) wilde.

Volgende week heeft A. twee derde van zijn straf erop zitten. De meeste gevangenen komen dan in aanmerking om vrijgelaten te worden, zij het dat ze zich dan wel aan voorwaarden moeten houden.

Het OM vindt dat A. niet aan de eisen voor voorwaardelijke invrijheidstelling voldoet, vooral omdat hij nog steeds radicaalislamitische overtuigingen heeft. Daarnaast heeft hij zich volgens justitie in de gevangenis misdragen, onder meer doordat hij de hand wist te leggen op een smartphone.

Geen plan

Het OM heeft volgens de rechter geen plan ingediend waarin staat hoe het gevaar op herhaling kleiner gemaakt zou kunnen worden als A. nog een jaar langer in de cel zou blijven. Er is dan mogelijk geen verschil met nu. Ook zijn de misdragingen waarover justitie spreekt niet zo erg dat ze het etiket 'ernstige misdragingen' verdienen.

Een zaak die vorig jaar tussendoor kwam en waarbij het OM A. opnieuw verdacht van het plannen van een aanslag, telt ook niet mee. Die zaak is immers geseponeerd omdat er geen bewijs gevonden kon worden.

Hofstadgroep

De politie arresteerde A. in 2005 op verdenking van het beramen van aanslagen, samen met andere leden van de Hofstadgroep. Zijn doelen zouden onder meer Nederlandse politici, de Tweede Kamer, het toenmalige gebouw van geheime dienst AIVD en de kerncentrale in Borsele zijn.

Bij de doorzoeking van zijn woning werd een afscheidsvideo gevonden. Daarop gaf Samir A. aan dat hij een aanslag had gepleegd. Het gerechtshof in Amsterdam veroordeelde hem uiteindelijk in oktober 2008 tot 9 jaar cel voor het beramen van terroristische aanslagen. Volgens de rechters had Samir een organisatorische rol in de Hofstadgroep.

Het Openbaar Ministerie had voor het hof 15 jaar gevangenisstraf geëist. De straf viel uiteindelijk lager uit, omdat Samir A. al geruime tijd in de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught had gezeten.

Voorwaarden

Over de voorwaarden waaraan A. zich moet houden, moet het OM nog beslissen. Officier van justitie Bart den Hartigh zei tegen de rechters dat het OM wil dat A. niet naar het buitenland vertrekt. De rechtbank adviseerde dat standpunt nog eens tegen het licht te houden omdat het voor de veroordeelde, die een vrouw en twee kinderen heeft, praktisch onmogelijk is om in Nederland een bestaan op te bouwen.

Het OM kan niet in beroep tegen de beslissing van de rechtbank.