De rechtbank in Den Bosch heeft woensdag lagere straffen opgelegd aan drie Belgische verdachten die in januari betrokken waren bij een mishandeling in Eindhoven, omdat beelden van het geweld herkenbaar zijn uitgezonden.

Hoofdverdachte Brent L. (nu 18) kreeg tien maanden jeugddetentie opgelegd, waarvan vier woorwaardelijk, terwijl twee jaar tegen hem was geëist. Tegen medeverdachte Tom K. (17) werd een jaar cel geëist, maar hij kreeg woensdag zes maanden jeugddetentie opgelegd, waarvan drie voorwaardelijk. 

De rechter verklaarde woensdag dat de hoofdverdachten zo vaak getrapt hebben dat het slachtoffer dood had kunnen zijn. Daarom wordt hen poging tot doodslag verweten. Bovendien hebben ze het slachtoffer hulpeloos achtergelaten. Wel heeft de rechter in de strafbepaling meegenomen dat zij hun excuses hebben aangeboden. 

Brett S. (19), een vierde verdachte, is eerder vrijgelaten om te voorkomen dat hij langer in voorarrest zou zitten dan de straf die tegen hem werd geëist: acht maanden cel waarvan vier voorwaardelijk. Hij kreeg woensdag twee maanden celstraf opgelegd. 

Tegen Stefano B. was zeventig uur taakstraf geëist wegens openlijke geweldpleging, maar hij werd vrijgesproken.

Hoger beroep

Het Openbaar Ministerie (OM)  tekent hoger beroep aan tegen de straffen van Brent L. en Tom K, die lager uitvielen dan de eis. De officier van justitie is het bovendien niet eens met de strafkorting vanwege het uitzenden van de beelden.

Bekijk de uitspraak:

Vestdijk

In totaal zeven jongens waren begin januari 2013 betrokken bij de mishandeling van een 22-jarige jongen aan de Vestdijk in Eindhoven. Het slachtoffer werd geschopt en geslagen en kreeg trappen tegen het hoofd terwijl hij op de grond lag.

Beveiligingscamera's registreerden de gebeurtenis en toen de politie de beelden naar buiten bracht kreeg de zaak veel aandacht in de media. Het slachtoffer had een hersenschudding, twee blauwe ogen, en hoofdwonden.

Kritiek

De rechter uitte woensdag kritiek op de officier van justitie. Door de bewakingsbeelden openbaar te maken, is inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, zegt de rechter. Het was te voorzien dat beelden werden overgenomen en eindeloos herhaald kunnen worden op internet. 

Bovendien is er in strijd met de regels rondom de opsporing gehandeld omdat er geen overleg is geweest met de hoofdofficier of de persofficier. Er is volgens de rechter niet geprobeerd om de verdachten met minder ingrijpende opsporingsmiddelen te vinden. 

'Goede methode'

Het OM zag in januari geen andere mogelijkheden om de verdachten van de ernstige mishandeling in Eindhoven op te sporen dan door bewakingsbeelden uit te zenden.

''Het ging om een heel ernstig feit. De maatschappij vraagt dan om een snelle oplossing. We hebben gemeend dat dit een goede methode was'', herhaalde persofficier van justitie Nederlof woensdag.

Ze bleef erbij dat de verdachten het aan zichzelf te danken hebben dat de zaak zo'n enorm effect heeft gehad. Ze kon nog niet zeggen of het OM in het vervolg voorzichtiger omgaat met het tonen van beelden na de duidelijke kritiek van de rechter.

Teleurgesteld

Het slachtoffer van de geruchtmakende mishandeling is teleurgesteld over de uitspraak. ''Het valt hem erg tegen, zeker ook gelet op de eis'', reageerde hij woensdag via zijn advocaat Maartje Klompers op de drie straffen en een vrijspraak.

Zijn raadsvrouw zegt dat het slachtoffer inderdaad zelf ook veel last heeft gehad door uitzending van de beelden. Maar hij vindt dat de opsporing en de veroordeling belangrijker zijn dan de privacy van zichzelf en de daders.

Hij zal het hoger beroep tegen de twee belangrijkste verdachten met veel belangstelling volgen, aldus Klompers. De verdachten hebben de schade aan het slachtoffer vergoed. Over de hoogte van de schadevergoeding doen partijen geen uitspraken.

Bekijk een eerder interview met Jan-Hein Kuijpers, advocaat van Stefano B.