Het Openbaar Ministerie (OM) wil dat Samir A. nog een jaar in de gevangenis blijft en dat hij pas daarna voorwaardelijk wordt vrijgelaten. 

A., die bijna twee derde van zijn 9 jaar gevangenisstraf heeft uitgezeten, is volgens het OM nog steeds radicaal, er is gevaar dat hij opnieuw terroristische misdrijven wil plegen en hij heeft zich ernstig misdragen tijdens zijn detentie.

Dat bleek woensdag bij de rechtbank in Rotterdam, die over de voorwaardelijke invrijheidstelling moet beslissen. Op 5 september heeft A. twee derde van zijn straf uitgezeten. Gevangenen komen dan normaal gesproken in aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating.

In het extra jaar dat A. van het OM nog moet blijven vastzitten, moet worden gekeken of het lukt om hem te resocialiseren.

Voorbereiden

A. is veroordeeld voor het voorbereiden van terroristische aanslagen op onder meer Nederlandse politici. Hij was lid van de Hofstadgroep en werd in 2005 gearresteerd. A. bezocht huiskamerbijeenkomsten bij Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh.

Vorig jaar is Samir A. in zijn cel aangehouden, omdat hij van daaruit opnieuw een aanslag voorbereidde. Deze zaak is onlangs geseponeerd omdat het OM niet genoeg bewijs kon vinden. Volgens A.'s advocaat Tamara Buruma kan deze zaak dan ook niet in het nadeel van haar cliënt meewegen.

De raadsvrouw vindt dat het OM geen goed verhaal heeft om haar cliënt nog langer in de gevangenis te laten zitten. Volgens haar wil A. een nieuw leven beginnen in de Verenigde Arabische Emiraten. Net als de reclassering denkt zij dat het opbouwen van een nieuw leven in Nederland heel moeilijk zal zijn.

Buruma verwees ook naar staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie, die eerder in de Tweede Kamer zei dat de voorwaardelijke vrijlating van A. niet op de tocht stond, ook al had hij de hand weten te leggen op een smartphone in de gevangenis. Volgens Teeven viel dat niet onder 'ernstige misdragingen'.