Asielzoekerskinderen moeten te vaak verhuizen. Dat maakt een normale ontwikkeling onmogelijk. Gemiddeld verhuizen deze kinderen één keer per jaar.

Dat is een van de conclusies uit het Jaarbericht Kinderrechten 2013, dat Unicef Nederland en Defence for Children dinsdag openbaar hebben gemaakt.

Ook maken de organisaties zich zorgen over de nazorg aan jongeren die weg mogen uit een justitiële instelling; deze schiet tekort, waardoor de jongeren ''belangrijke vaardigheden missen als zij weer terugkeren in de maatschappij''.

Een ander onderwerp dat zorgen baart, zo stellen Unicef en Defence for Children, is de capaciteit bij politie en justitie bij de opsporing en vervolging van mensenhandel. De minderjarige slachtoffers geven aan dat zij het lang vinden duren voordat daders voor de rechter staan. Dit betekent voor de slachtoffers een lange periode van onzekerheid.

Meer betrokken worden

Verder vinden de organisaties dat kinderen meer betrokken moeten worden bij besluiten die kinderen raken en vinden ze het zorgelijk dat de overheid geen actuele cijfers heeft over kindermishandeling, jeugdzorg en migratie. ''Deze moeten beschikbaar zijn om beleid te kunnen maken, het gevoerde beleid te kunnen monitoren en te kunnen evalueren'', stellen de organisaties voor kinderrechten.

Ze zeggen hierdoor ook niet te kunnen vaststellen of de onderwerpen waarover ze zich zorgen maken, verbeteren of verslechteren.

De organisaties baseren hun rapport op verschillende bronnen: de overheid en gespecialiseerde organisaties en instanties en gesprekken met kinderen en professionals die met deze kinderen werken.