Tegen de 32-jarige brandweerman Peter K. is maandag voor de rechtbank in Amsterdam 10 jaar gevangenisstraf geëist.

Voor het Openbaar Ministerie (OM) staat vast dat K. de afgelopen jaren een reeks branden heeft gesticht in en om zijn woonplaats Laren.

De politie arresteerde K. vorig jaar mei. Tijdens de verhoren zweeg K. aanvankelijk, maar later legde hij een bekentenis af. Die trok hij later weer in. Hij zegt dat hij onder druk van de recherche heeft bekend. Volgens het OM is daar niets van gebleken.

K. zou woningen en bedrijfspanden in brand hebben gestoken, maar ook auto's en bos en heide. Er zijn geen slachtoffers gevallen.

Het OM acht het bewijs voor in totaal 11 brandstichtingen bewezen. Voor een van de opmerkelijkste - in een houtzagerij, waarbij de brand oversloeg naar een bibliotheek - vindt justitie het bewijs onvoldoende.

Opwelling

K. werkte als centralist bij de alarmcentrale 112 en was actief bij de vrijwillige brandweer. Hij zou vanaf zijn jeugd bezeten zijn geweest van branden en de brandweer.

Al in 2006 trok hij de aandacht van de politie als mogelijke brandstichter, maar pas in 2011 kwam het tot een serieus, afgerond onderzoek.

K. zou bij het stichten van de branden telkens hebben toegegeven aan een plotselinge opwelling. Ook zou drankmisbruik een rol hebben gespeeld.

Spelletje

Volgens advocate Heleen Helleman heeft de politie tijdens de verhoren een ''psychologisch spelletje'' met K. gespeeld, gericht op het opbouwen van druk. Mede door slaapgebrek was K. in de dagen na zijn arrestatie kwetsbaar, aldus de raadsvrouw. Zijn verhoorders waren ervan overtuigd dat ze de juiste verdachte te pakken hadden. Ze wilden hem tot een bekentenis brengen door hem te isoleren.

Met deze praktijken hebben politie en justitie het recht op vervolging verspeeld, betoogde Helleman. Als de rechtbank die zienswijze niet volgt, moet het resultaat van de politieverhoren buiten de bewijsvoering gehouden worden, vindt de raadsvrouw.