Femke Halsema, voorzitter van Stichting Vluchteling, uit scherpe kritiek op hulporganisaties. Die richten zich te vaak op zichtbare hulp, waardoor mogelijk andere hulp niet wordt gegeven.

Dat betoogt de oud-leider van GroenLinks donderdag in de Van Heuven Goedhartlezing, die al deels is gepubliceerd in de Volkskrant.

Ze spreekt de tekst later vandaag uit in de Ridderzaal in Den Haag in het kader van Wereldvluchtelingendag.

Halsema is sinds 2012 voorzitter van de stichting en maakte onlangs een reis langs vluchtelingenkampen in Syrië en buurlanden Jordanië, Libanon, Irak en Turkije.

Achterdocht

Volgens Halsema is de achterdocht over hulpacties van humanitaire organisaties toegenomen.

Dat leidt ertoe dat de organisaties zich middels een forse bureaucratie gaan verantwoorden aan de donateurs en zich richten op hulp die ''makkelijk uit te leggen en te fotograferen'' is zoals ''distributie van goederen, medische hulp of onderwijs''.

Dat is op zich geen probleem, stelt Halsema. ''Erg is wel als andere, even nodige maar voor donateurs minder verleidelijke hulp niet meer wordt gegeven.''

Ze noemt als voorbeeld Syrië, waar geen hulp is aan volwassen vluchtelingen die bij bekenden of in half afgebouwde garageboxen wonen, volgens Halsema 70 procent van de Syrische vluchtelingen.

Onafhankelijk

Hulporganisaties zijn volgens Halsema het 'eigenbelang' onbedoeld belangrijker gaan vinden dan "hulp aan mensen die opgejaagd" zijn.

De voorzitter pleit dan ook voor een onafhankelijke SHO (Samenwerkende Hulporganisaties), die in Nederland verantwoordelijk zijn voor de humanitaire hulp. Dat onafhankelijke instituut, "een internationaal rampenfonds", zou volgens haar het geld bijeen moeten krijgen en vervolgens zorgen dat de juiste bedragen gebruikt worden op de juiste plaats.

Volgens Halsema is er na een inzamelingsactie daarover nauwelijks overleg "en dit overleg wordt ook niet op prijs gesteld".

''Dit is de enige manier om de behartiging van het eigen belang door humanitaire organisaties tijdens nationale acties tegen te gaan en een open discussie te voeren over de effectiviteit van de hulp.'' Ze stelt dat ze met haar kritiek een "open, kritische discussie" in de hulpsector wil voeren.

'Klap in gezicht'

De voorzitters van de SHO en het Rode Kruis verwerpen in de Volkskrant de kritiek van Halsema. "Het is een klap in het gezicht van organisaties die nachtenlang werken om hulp te bieden," aldus René Grotenhuis van de SHO.

Rode Kruis-voorzitter Cees Breederveld stelt in de Volkskrant dat van eigenbelang 'totaal geen sprake' is. Hij herkent de kritiek op de hulpverlening in Syrië dan ook 'totaal niet'.

Volgens de SHO zet Halsema wel de problematiek over de hulpverlening in Syrië 'uitstekend neer'. De dillema's die daar spelen maken "samenwerking met tien verschillende organisaties niet makkelijker", laat een woordvoerder van de SHO weten aan NU.nl.

Verbetering

Maar bij iedere ramp moeten internationale hulporganisaties ter plekke zo goed mogelijk samenwerken, erkent SHO. Suggesties ter verbetering nemen we dus continu ter harte. Ook de Giro 555-actie voor Syrië wordt geëvalueerd om te zien waar het beter moet."

Het samenwerkingsverband ziet niets in een "eigenstandige organisatie die onvermijdelijk bureaucratischer moet opereren".