De stijgende waterstand in de grote rivieren zal de komende week op een aantal plekken in Nederland hinder veroorzaken. Van echte problemen door hoogwater is echter geen sprake.

Daarvoor zou het waterpeil in Rijn, Waal en IJssel nog aanzienlijk hoger moeten komen te staan.

Volgens Rijkswaterstaat stijgt de Rijn bij Lobith in de komende dagen van 12,00 naar ongeveer 13,60 meter boven NAP. Dat komt door hevige regenval in het Duitse stroomgebied van de Rijn.

Als het rivierwater boven de 12,00 meter boven NAP komt, lopen uiterwaarden onder. Dat is in deze tijd van het jaar lastig. Maar pas als het water verder stijgt naar rond de 15,00 meter boven NAP gaan waterbeheerders de dijken extra controleren.

Uiterwaarden

Door de stijgende waterstand zullen de uiterwaarden onderlopen. Die gebieden zijn ook bedoeld voor wateropvang, maar in de gewoonlijk droge zomermaanden zijn ze vaak in gebruik als camping of weiland voor vee.

De waterschappen hebben grondeigenaren in het weekeinde gewaarschuwd dat ze de terreinen moeten ontruimen.

Volgens Rijkswaterstaat zijn de hoge waterstanden in juni 'bijzonder'. Alleen in 1970 en in 1983 stond het rivierwater in deze tijd nog hoger. Voor de Maas verwacht de dienst geen bijzonderheden, want die rivier wordt niet gevoed vanuit Duitsland.

Rijkswaterstaat opent maandag de stuwen bij Driel, Amerongen en Hagestein. Door het openzetten van de stuwen kunnen Lek en Neder-Rijn helpen bij het afvoeren van de grote hoeveelheid rivierwater.

Voetveren

Vanwege de verwachte hoge waterstanden in Rijn, Waal en IJssel zijn veel voetveren over de grote rivieren uit de vaart genomen. Het gaat onder meer om de pontjes tussen Varik en Heerewaarden in de Bommelerwaard, tussen Beuningen en Slijk-Ewijk bij Nijmegen en tussen Druten en Dodewaard in het Land van Maas en Waal.

De voetveren zijn in deze tijd van het jaar druk in gebruik bij fietsende en wandelende toeristen. De pontjes zijn ook een oplossing voor scholieren, die anders vele kilometers moeten omfietsen over vaste bruggen.