Vrijspraak is niet ondenkbaar in de zaak tegen de acht verdachten van doodslag op grensrechter Richard Nieuwenhuizen, verwacht hoogleraar internationaal strafrecht en advocaat prof. Geert-Jan Knoops.

Hij reageert daarmee op de grotendeels zwijgende verdachten in de strafzaak in Lelystad. Zij worden verdacht van het medeplegen van doodslag op de grensrechter.

De rechtbank in Lelystad staat hier voor dilemma’s bij het vaststellen van de schuld voor de dood van Nieuwenhuizen, denkt Knoops.

"Het strafrecht kent zijn beperkingen. We kennen geen collectieve strafrechtelijke aansprakelijkheid. Ieders schuld zal door de rechtbank individueel vastgesteld moeten worden. Ik acht vrijspraak in deze zaak mogelijk als niet duidelijk wordt wie wat gedaan heeft", zegt Knoops.

Ontkennen

De zeven minderjarige verdachten en de vader van een van hen beroepen zich tijdens de lopende strafzaak op hun zwijgrecht en ontkennen vrijwel allemaal geweld te hebben gebruikt.

De zaak vertoont gelijkenis met eerdere omstreden en geruchtmakende vrijspraken. Zo werden vorig jaar twee betrokkenen bij een scooterongeluk in Nijmegen vrijgesproken van doodslag, omdat niet kon worden vastgesteld wie van het tweetal de scooter bestuurde toen het slachtoffer dodelijk werd verwond.

Bij de moord op drie Limburgse Hells Angels (Nomads) gingen de verdachten eveneens vrijuit, omdat de rechters niet konden vaststellen wie van hen op welke plaats het drietal had vermoord.

Zulke zaken druisen in tegen het rechtsgevoel. Is geen collectieve verantwoordelijkheid in het strafrecht mogelijk?

''Nee. De wet is wat dat betreft onverbiddelijk: De schuld van iedere verdachte afzonderlijk aan het medeplegen van de doodslag moet wettig en overtuigend worden bewezen door het Openbaar Ministerie en worden vastgesteld door de rechters. Collectieve aansprakelijkheid kennen we niet in ons rechtssysteem en dat geldt voor de gehele westerse wereld."

Hoe lastig is het voor de rechters om een zorgvuldige afweging te maken?

''De rechters staan hier voor dilemma’s. De rechtbank moet afgaan op verklaringen van mensen, hebben de beschikking over beperkt beeldmateriaal en te maken met zwijgende verdachten. In dat geheel moet voor ieder afzonderlijk worden vastgesteld of de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld en heeft bijgedragen aan de dood van de grensrechter."

Simpelweg erbij zijn is dus niet voldoende om het medeplegen bewezen verklaard te krijgen?

''Het strafrecht heeft zijn beperkingen. Dat hebben we gezien in de scooterzaak, waarbij ondanks enorme inspanningen van het OM het bewijs niet kon worden geleverd wie de scooter heeft bestuurd. Zelfs een DNA-vergelijking op de handvatten bood geen uitsluitsel."

Dit zal dus niet voor het laatst zijn dat zulke bewijsproblemen ontstaan?

''Voor de samenleving is dit inderdaad onbevredigend, maar het zal zeker niet de laatste keer zijn."

Hoe leggen rechters dit uit aan de nabestaanden en het grote publiek?

''Dat is een lastige opgave. Ook voor hen is het moeilijk vonnis te wijzen. In de scooterzaak hebben de rechters zich over de hoofden van de verdachten heen gericht tot de nabestaanden en gezegd dat het ook voor hen een pijnlijke beslissing was. Het is belangrijk dat rechters zulke lastige zaken ook in gewone mensentaal uitleggen. Een vonnis kan onbevredigend zijn, maar je moet als rechtscollege uitleggen waarom ons rechtssysteem zo in elkaar zit."