Bewoners van het woonwagenkamp in Waalre kunnen geen rechten ontlenen aan eerdere conceptplannen en gedoogconstructies van de gemeente voor het gebied.

Dat zei de advocaat van de gemeente donderdag in Den Haag tijdens een zitting bij de Raad van State.

De bewoners hebben een procedure aangespannen om te voorkomen dat de gemeente de 16 grote loodsen op het terrein, in totaal ter waarde van zo'n 2 miljoen euro, gaat slopen. De kosten van de sloop, zo'n 200.000 euro, wil Waalre op de kampbewoners verhalen als zij de loodsen niet zelf neerhalen.

De gemeente wil een onlangs aangenomen bestemmingsplan met daarin alleen een woonfunctie voor het gebied direct gaan handhaven. Maar volgens de bewoners heeft de gemeente in 2005 in brieven aan enkele bewoners toegezegd de gebouwen op het centrum te gaan legaliseren.

1976

Volgens de woonwagenbewoners leeft de gemeente het vorige bestemmingsplan uit 1976, met daarin alleen ruimte voor natuur, zelf niet na.

Kort na invoering van dat plan heeft de gemeente zelf het huidige terrein aangelegd voor de bewoners, zo zei advocaat Peter van de Laar van de groep kampbewoners. Ook was de gemeente volgens hem eerder juist blij met de loodsen, omdat die het opgehaalde oud ijzer waar de bewoners in handelden, uit het zicht haalden.

Verwijderen

Als de Raad van State meegaat met de kampbewoners, zou de gemeente de loodsen op grond van het vorige bestemmingsplan alsnog kunnen verwijderen. In dat geval dient Van de Laar opnieuw een kort geding in. De verhoudingen tussen de gemeente en de kampbewoners zijn gespannen door het nieuwe bestemmingsplan.

De bewoners willen dat de gemeente de huidige situatie legaliseert. Volgens hen is er naast een woonfunctie best ruimte voor bedrijvigheid in het gebied. Het kamp ligt tenslotte direct tegen een nieuw industrieterrein aan. Bewoners in nieuwe, nog aan te leggen woningen in het gebied, zouden geen zicht hebben op hun loodsen.

De Raad van State doet over 2 tot 3 weken uitspraak.