De Koerdische gewapende groep PKK begint op 8 mei met de terugtrekking uit Turkije.

Tegelijk behoudt de PKK zich het recht voor om zich te verdedigen als haar strijders worden aangevallen door het Turkse leger.

Dat betekent dat de groep de wapens niet in Turkije achterlaat, zoals de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan eerder eiste.

Dat is donderdag bekendgemaakt tijdens een drukbezochte persconferentie in de Kandil-bergen in Noord-Irak, meldt het Koerdische persbureau Firat. De PKK heeft in dit gebied haar belangrijkste kampen.

Leger

PKK-commandant Murat Karayilan zei dat de terugtrekking wordt gestopt als de PKK-strijders door het Turkse leger worden aangevallen.

Om de terugtrekking zonder problemen te laten verlopen, moet het Turkse leger bovendien alle activiteiten in 'Koerdistan' (Zuidoost-Turkije) staken.

Rustig

De verwachting is dat het leger zich inderdaad rustig zal houden: de terugtrekking is het resultaat van onderhandelingen tussen de Turkse regering en PKK-leider Abdullah Öcalan, die gevangen zit op gevangeniseiland Imrali.

Öcalan communiceert met zijn strijders via brieven, die parlementariërs van de pro-Koerdische partij de BDP brengen en meenemen. Tot nu toe is het leger overigens doorgegaan met operaties tegen de PKK, zo maakte het leger zelf eerder deze week bekend.