Het is voor patiënten lastig om de juiste zorginstelling of behandelaar te kiezen, omdat ze te weinig informatie hebben over de kwaliteit van verschillende zorgaanbieders.

Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer.

Het ministerie van Volksgezondheid heeft sinds 1996 verschillende initiatieven genomen om meer duidelijkheid te bieden over de zorgkwaliteit, vanwege de nieuwe Kwaliteitswet Zorginstellingen. Die waren echter niet effectief genoeg, aldus de Rekenkamer.

Hierdoor is het moeilijk voor zorginstellingen om hun zorg te verbeteren, kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) lastiger toezicht houden en worden verzekeraars gehinderd bij het inkopen van zorg.

Indicatoren

De afgelopen jaren ontwikkelde het ministerie ruim 800 zogeheten 'indicatoren' om de kwaliteit van de zorg transparanter te maken. Dat zijn meetbare aspecten van de zorg, zoals in de verloskunde het percentage kinderen met een te laag geboortegewicht.

Verschillende zorgsectoren hanteren echter verschillende indicatoren en de kwaliteit en stabiliteit laten nog te wensen over, vindt de rekenkamer.

Bovendien gaan veel indicatoren wel over het zorgproces, maar niet over het eindresultaat van een behandeling. Verder worden de cliëntervaringen niet meegenomen bij het meten van huisartsen- en ziekenhuiszorg.

Half vol

Edith Schippers, minister van Volksgezondheid, stelt in een reactie dat ''het glas half vol is'' en dat er nog het nodige moet gebeuren om de zorgkwaliteit transparanter te maken. Het nieuwe Kwaliteitsinstituut, een initiatief van Schippers zelf, zal daar een belangrijke rol in spelen, laat ze weten.

De Algemene Rekenkamer raadt haar aan om in het instituut verschillende partijen bij elkaar aan tafel te zetten, en per sector te bekijken of nieuwe (web)mogelijkheden voor meer transparantie kunnen zorgen. Ook een goede balans tussen zorginhoudelijke en organisatorische indicatoren en cliëntervaringen is volgens de Rekenkamer belangrijk.