Het uitblijven van een screening van politiechef en vertrouwenspersoon Jan Petter, die vorig jaar zichzelf en twee anderen doodschoot in zijn woning in Kekerdom, was een uitzondering. 

De politie ziet daarom geen aanleiding om de screening van mensen met een vertrouwensfunctie binnen de politie aan te scherpen.

Wel benadrukte een woordvoerster dat de regels scherp moeten worden nageleefd.

Uit onderzoek van de Rijksrecherche bleek dat het toenmalige politiekorps Gelderland-Zuid achterliep met het screenen van medewerkers.

Inhaalslag

Petter bleek ook nooit te zijn gescreend voor zijn vertrouwensfunctie en dat had wel gemoeten. ''In het betreffende korps wordt een inhaalslag uitgevoerd. Ook in de andere korpsen is hiervoor aandacht geweest. Hier kwamen geen bijzonderheden uit naar voren. Vandaar dat wij deze situatie als een uitzonderingssituatie benoemd hebben'', verklaarde de woordvoerster.

Toen het rapport van de Rijksrecherche over Kekerdom verscheen, stelde de Nationale Politie direct dat zou worden gekeken of ''landelijke aanscherping van de regels nodig is''. Maar dat is dus volgens de politie nu niet nodig.

Politiechef Petter was vertrouwenspersoon binnen het korps. Dat hij niet werd gescreend, zou alles te maken hebben gehad met zijn imago en staat van dienst.

Dienstwapen

De agent schoot in september vorig jaar in zijn woning in Kekerdom een 50-jarige man en een 47-jarige vrouw dood en daarna zichzelf. Petter had tot vlak voor het drama een driehoeksrelatie met het stel uit Millingen.

Voor de moorden gebruikte hij zijn dienstwapen. Dat nam hij tegen de regels in mee naar huis. Hij bleek ook verschillende oudere wapens in huis te hebben.

Uit het onderzoek bleek bovendien dat de politiechef meer drugs in huis had dan aanvankelijk gedacht. Zo vond de politie bij hem xtc-pillen, amfetamine, hennepplanten en een hoeveelheid van de partydrug GHB.