Het Openbaar Ministerie (OM) gelooft er niets van dat Robert M. een pijnlijke innerlijke strijd heeft gevoerd tegen zijn eigen seksuele gevoelens.

Integendeel, van enige ''verscheurdheid" is de afgelopen jaren niets gebleken, zei advocaat-generaal Marianne Bakker dinsdag tijdens het proces tegen M. en diens levenspartner Richard van O.

Samen met collega Ineke van Beuningen geeft Bakker dinsdag haar visie op de Amsterdamse zedenzaak, die later op de dag zal uitmonden in een strafeis tegen de beide verdachten. M. is vorig jaar door de rechtbank veroordeeld tot 18 jaar en tbs, Van O. tot 6 jaar.

Volgens het OM zijn nagenoeg alle feiten bewezen. M. heeft het stelselmatige misbruik van tientallen kinderen bekend.

Van O. heeft eerder toegegeven dat hij op de hoogte was van de misdadige activiteiten van zijn partner, maar trok deze verklaringen onlangs bij het hof weer in. De beide aanklaagsters hechten aan die manoeuvre geen enkele waarde en achten bewezen dat Van O. van de hoed en de rand heeft geweten.

Actief geholpen

Van O. heeft ''actief geholpen om een monster te creëren", aldus het OM. De rechtbank sprak Van O. vrij van het medeplegen van het misbruik. Ten onrechte, meent het OM. De rol van Van O. was daarvoor te belangrijk in ''de onstaansgeschiedenis van het misbruik" en hij heeft een grote bijdrage geleverd aan ''de situatie waarin Robert M. ongestoord zijn gang kon gaan."

Aanklaagster Bakker hekelde het feit dat M. louter zijn eigen belang voorop heeft gesteld, ten koste van dat van de betrokken kinderen en hun ouders. ''Het gaat altijd over zijn eigen pijn, zijn eigen vloek." Hij is berekenend te werk gegaan, heeft de beelden die hij van het misbruik heeft gemaakt ''met trots" verspreid onder andere pedofielen.