Als Nederland echt in het reine wil komen met zijn slavernijverleden, zou de regering mee moeten betalen aan de kosten van het slavernijmonument in Suriname.

Volgens Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden (LPS), kan Nederland op die manier iets terugbetalen van al het geld dat in de slaventijd verdiend is ten koste van de voorouders van de Surinamers.

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de slavernij in de oud-kolonie officieel werd afgeschaft. In Suriname is daarom door een particuliere stichting het initiatief genomen geld in te zamelen voor een Surinaams slavernijmonument en een nationaal instituut slavernijverleden.

De geraamde kosten hiervan zijn 1,5 miljoen euro. Dit bedrag moet opgebracht worden via donaties van het bedrijfsleven en particulieren, maar ook van de overheid in Nederland, vindt Biekman.

Donateurs

Het LPS gaat de de komende maanden de boer op in Nederland om geld in te zamelen voor een slavernijmonument in Suriname. Donateurs die minimaal 15 euro geven krijgen als dank een aandenken in de vorm van een ultradun plaatje goud met de afbeelding van het monument.

Biekman verwacht in Nederland 750.000 euro te kunnen binnenhalen. Ze doet daarvoor dus ook een duidelijk beroep op de Nederlandse overheid. Volgens haar heeft Nederland tot nu toe erg weinig richting Suriname gedaan als het gaat over het slavernijverleden. Zo zijn er bijvoorbeeld nog nooit echte excuses gemaakt voor de misdaden die in die tijd begaan zijn tegen slaven in Suriname.

Volgens Biekman is deze actie uitermate geschikt voor Nederland om nu een echt gebaar te maken. Zo zou de regering Rutte het opgehaalde bedrag kunnen verdubbelen. ''Als de regering geld geeft, krijgt ze voor iedere 15 euro zo’n gouden aandenken. Ik zou het een goed idee vinden dat de regering die vervolgens als relatiegeschenk aan haar ambtenaren geeft. Dat zorgt dan ook direct weer voor een stuk bewustwording bij de Nederlander’’, meent Biekman.