Een oud-Dutchbatter die in 1995 aanwezig was bij de val van de Srebrenica-enclave, moet een schadevergoeding krijgen van de overheid omdat hij destijds een trauma heeft opgelopen.

Dat heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter op militair ambtenarenrecht, maandag geoordeeld.

Hoeveel geld de oud-Dutchbatter krijgt, is nog niet duidelijk. De minister moet daarover binnen 3 maanden een besluit nemen.

Volgens de CRvB heeft de toenmalige minister van Defensie zijn zorgplicht na de missie geschonden door de Dutchbatter onvoldoende nazorg te geven. Zo zijn de militairen na hun uitzendingsperiode 8 weken zonder enige vorm van zorg met vakantie gestuurd.

De uitspraak is niet alleen belangrijk voor de betreffende militair Dave Maat. ''Het schept een juridisch kader, ook voor toekomstige missies, hoe Defensie moet omgaan met de nazorg'', zegt zijn advocaat Geert-Jan Knoops maandag.

Aanzienlijk bedrag

De uitspraak betekent niet dat iedere militair recht heeft op een schadevergoeding. Maar militairen die een posttraumatische stressstoornis hebben opgelopen, mogelijk wel. De minister van Defensie moet in hun gevallen aantonen dat de Staat niet tekortgeschoten is in de zorgplicht, aldus Knoops.

De advocaat zei het te betreuren dat het zo ver heeft moeten komen. ''Dit speelt ook in andere landen, maar daar is het veel meer binnenskamers geregeld. Dit was niet nodig geweest'', zei Knoops.

Knoops wilde nog geen uitspraak doen over de hoogte van het schadebedrag, alleen dat dit heel aanzienlijk zal zijn. Het gaat daarbij niet om duizenden euro's, maar om een veel hoger bedrag.

''Het leven van iemand die 10 jaar heeft moeten procederen, ziet er anders uit dan dat van iemand die dit niet hoeft.''

Zorg achteraf

De advocaat zei nog dat heel veel Dutchbatters niet tevreden zijn over de zorg achteraf. Dat blijkt volgens Knoops uit een eerder afgenomen enquête van de militaire vakbond ACOM onder ongeveer 300 Dutchbatters, circa 10 procent van het totale aantal. Van hen zei 95 procent dat de nazorg onder de maat was, aldus Knoops.

De CRvB vindt dat in het geval van Maat de zorg tijdens de missie wél goed was, maar daarna niet. De manschappen waren voldoende opgeleid en getraind en het materieel was op orde toen de Dutchbatters naar het oorlogsgebied vertrokken, aldus de CRvB.

Minister

Maat werd van 20 januari tot 24 juli 1995 als pionier-verkenner van Dutchbat 3 uitgezonden naar Srebrenica in het voormalige Joegoslavië. Bij de val van de enclave liep hij een trauma op, onder meer doordat een mortiergranaat vlakbij hem insloeg. Doordat adequate zorg uitbleef, lijdt de man nu aan een blijvende posttraumatische stressstoornis (PTSS).

De minister vond dat hij niet verantwoordelijk was en wees daarom een in 2000 ingediende eis tot schadevergoeding af. Eerder gaf de rechtbank in Den Haag de militair al gelijk.

Het ministerie van Defensie is ''tevreden'' met de uitspraak, liet een woordvoerder maandag weten.

Vakbond

De ACOM reageerde "erg blij". De militaire vakbond heeft de oud-militair sinds 2000 bijgestaan in de gerechtelijke procedure. Volgens voorzitter Jan Kleian van de ACOM beschouwt zijn bond deze zaak als een soort proefproces. De ACOM kent nog ''enige tientallen'' veteranen met soortgelijke klachten.

Kleian wijst erop dat sinds de missie in Srebrenica veel is veranderd. ''Het is een goede leerschool voor Defensie en de politiek geweest.'' Destijds stond de nazorg volgens hem nog in de kinderschoenen. Daarna is op dit gebied veel verbeterd, aldus Kleian.