Bij de politie is de afgelopen maand de belangstelling gegroeid voor een cursus waarbij agenten leren beter om te gaan met radicalisering.

De trainingen worden al langer gegeven, maar de belangstelling ervoor was afgenomen. Het gaat om trainingen om radicalisering van islamitische jongeren te kunnen herkennen, voorkomen en aanpakken.

De cursus wordt gegeven door hoogleraar Edwin Bakker van het Centre for Terrorism and Counterterrorism en is bedoeld voor Defensie, gemeenten en politie.

Grote steden

Volgens Bakker komt radicalisering niet alleen in grote steden voor, maar ook bijvoorbeeld in Alphen aan den Rijn en Delft. Hij waarschuwt dat jongeren binnen enkele weken kunnen radicaliseren.

Deze week werd bekend dat 20 tot 25 jongeren uit Delft naar Syrië zijn gegaan om te vechten. Twee van hen zijn daar omgekomen.

Bakkers verklaring daarvoor is dat ze op zoek zijn naar een doel in hun leven, in politiek-religieus opzicht. Daarnaast trekt het avontuur. Ook gaan er verhalen rond dat er geld wordt geboden. Er zouden ronselaars actief zijn.

Bakker verwacht dat het aantal Nederlandse jongeren dat naar Syrië gaat zal toenemen zolang de strijd tegen Assad doorgaat. Wel denkt hij dat de verhalen van gedesillusioneerd teruggekeerde jongeren het enthousiasme zullen temperen.

Oorlogsgebieden

Tijdens de cursussen wordt gekeken waarom de jongeren naar oorlogsgebieden gaan en hoe de radicalisering gesignaleerd kan worden. Iemand heeft bijvoorbeeld opeens andere vrienden en een andere sociale omgeving, zegt Bakker. Ook is er vaak ruzie met de ouders en de gematigde imam.

Meestal opereren deze jongeren in een groep. "Wat me opvalt is dat mensen het vaak goed zien, maar blijkbaar niet kunnen ingrijpen," zegt Bakker. "Mensen blijken het achteraf dus vaak goed gezien te hebben."