Prins Willem-Alexander heeft vrijdagmiddag met 'enige weemoed' afscheid genomen van zijn taken als 'watermanager'.

Dat zei hij in een gesprek met de pers aan het einde van de viering van Wereldwaterdag in het World Forum in Den Haag.

De prins geeft zijn watertaken op omdat hij volgende maand koning wordt.

''Ik zal het nooit helemaal loslaten. Ik ben er 15 jaar mee bezig geweest en de watersector is in Nederland erg belangrijk, dus ik zal ook in mijn toekomstige positie de watersector blijven volgen’, aldus Willem-Alexander.

Zinvolle invulling

Hij wist toen hij zich in 1997 op het waterwerk stortte dat hij er afscheid van moest nemen op het moment dat hij zijn moeder zou opvolgen.

''Dat weet je als je eraan begint, maar je weet niet wanneer dat moment is. Het heeft mij de kans gegeven een zinvolle invulling te geven aan de tussentijd, waardoor ik me heb kunnen vormen voor de nieuwe functie", zei de prins.

Hij denkt dat water en sanitatie ook na zijn vertrek onder de aandacht zullen blijven. ''Er zijn genoeg ambassadeurs die mijn rol kunnen overnemen", meende hij.

Trots

De prins zei trots te zijn dat hij de problemen van water en sanitatie wereldwijd op de agenda heeft kunnen zetten.

''Dat heeft voor mensen in Afrika meteen gevolgen, want nu hun leiders er aandacht aan besteden, kunnen zij om geld en hulp vragen. Ik ben trots te hebben bijgedragen aan dat bewustwordingsproces.''

Eerder op de middag had de prins in een toespraak al teruggekeken op zijn werkzaamheden, onder meer als voorzitter van de VN-adviesraad voor water en sanitatie. In zijn toespraak stelde hij dat er nog veel te doen is, met name op het gebied van sanitatie.

Lees alles over de troonswisseling in ons dossier