De terreurdreiging in Nederland is opgeschaald naar de op een na hoogste alarmfase van 'beperkt' naar 'substantieel'.

Dat meldt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Dick Schoof, woensdag.

Het is voorstelbaar dat Nederlandse jihadstrijders die terugkeren uit Syrië een aanslag willen plegen in Nederland, stelt de NCTV. Er zijn echter nog geen concrete aanwijzingen voor een aanslag.

Schoof spreekt van een kleine honderd, van wie tot nog toe een handjevol is teruggekeerd. Deze jongeren met een radicale geloofsovertuiging gaan daar vol idealen heen, maar komen terecht in een vreselijke werkelijkheid waaruit ze niet gemakkelijk meer kunnen terugkeren.

Syrië

Er zijn nog geen berichten dat Nederlandse strijders in Syrië zijn omgekomen, maar ''het is wachten op de eerste mededeling'', zei de NCTV daarover. ''Ze bevinden zich in de frontlinie.''

Het is voor het eerst sinds 2009 dat het niveau 'substantieel' (niveau 3 van 4) van kracht is. Sinds november van dat jaar gold het niveau beperkt (niveau 2 van 4). De burgers op straat merken niets van de verhoging en ze hoeven zich geen zorgen te maken.

De terreurdreiging wordt vier keer per jaar beschreven in het Dreigingsbeeld Terrorismebestrijding Nederland (DTN), een globale analyse van de nationale en internationale terroristische dreiging tegen Nederland, en Nederlandse belangen in het buitenland.

Schoof zegt dat onder meer de geheime dienst AIVD en de politie ''hun alertheid hebben verhoogd en hun inspanningen hebben geïntensiveerd''.

Zorgen

Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie maakt zich zorgen. ''Het hele punt van jihadreizigers is een belangrijk punt van zorg. Met alle diensten zullen we zorgen dat we dit ongelooflijk goed volgen.''

Volgens Opstelten is er geen sprake van concrete dreigingen, maar was er nu wel aanleiding om het dreigingsniveau op te schalen.

''Van tijd tot tijd maken we deze dreigingsanalyse en dan kijk je alles even door. Dan kijk je ook naar de internationale ontwikkelingen. De vorige keer kon het nog net op een niveau lager blijven, maar nu hebben we gezegd dat het echt naar het niveau substantieel moet.''

Troonswisseling

Het verhoogde dreigingsbeeld staat volgens Schoof volledig los van de troonswisseling op 30 april. Dat de NCTV heeft besloten het niveau aan te passen, heeft vooral te maken met de mogelijke dreiging die uitgaat van teruggekeerde jihadreizigers.

Een kleine honderd strijders uit Nederland zijn afgereisd naar oorlogsgebieden, voornamelijk Syrië, maar ook naar diverse landen in Afrika. Volgens de NCTV kunnen de jihadstrijders bij terugkomst door hun strijdervaring een veiligheidsrisico opleveren.

Ze zijn bij terugkomst niet alleen radicaal in hun gedachtegoed, maar kunnen ook getraumatiseerd zijn en mogelijk bereid zijn om geweld te gebruiken.

Deze jihadgangers kunnen ook een risico vormen voor Westerse doelen in de gebieden waar zij naar toe reizen en ''bestaat de mogelijkheid dat zij andere geestverwanten uit Nederland aansporen hen te volgen'', waarschuwt Schoof. Hij noemt het medeleven en het hulp bieden aan de Syrische burgers ''begrijpelijk''. ''Onze zorg zit op degene die gaan strijden.''

Radicalisering

Dick Schoof zegt dat in Nederland signalen zijn die erop duiden dat jihadistische radicalisering van kleine groepen jongeren in ons land is toegenomen. ''Ook blijkt dat de doorradicalisering naar geweldsbereidheid soms zeer snel kan verlopen.''

Het zijn voornamelijk mannen, maar soms ook vrouwen, met diverse etnische achtergronden, die Arabisch spreken. De meeste strijders hebben ook de Marokkaanse nationaliteit, maar ook Somaliërs en Turken reizen richting Syrië voor de heilige strijd. Er zijn ook voorbeelden van poldermoslims, Nederlanders die zich bekeerden tot de islam en radicaliseerden.

De meeste mannen zijn tussen de 20 en 25 jaar oud, werkloos en hebben een laag opleidingsniveau. Moskeeën spelen nauwelijks een rol bij de radicalisering. ''Jongeren ontmoeten elkaar en beïnvloeden elkaar'', stelt de NCTV.

Schoof constateert tegelijkertijd dat de aandacht van de politiek en in de samenleving voor radicalisering de laatste jaren juist is afgenomen.

Voorkomen

De autoriteiten proberen te voorkomen dat jongeren naar jihadistische trainingskampen of strijdgebieden afreizen en houden teruggekeerde strijders in de gaten. ''Het gaat daarbij onder meer om inlichtingen en onderzoek, opsporing en vervolging.''

Zo verhoogt de marechaussee de controles aan de grenzen. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Ivo Opstelten dat ook de burgemeesters van de 4 grote steden al op de hoogte zijn gebracht van de ontwikkelingen.

In Europa gaat het om vele honderden strijders. Andere Westerse landen hebben daarom ook hun zorgen geuit en hebben maatregelen genomen.

Nederland kent vier dreigingsniveaus