Het aantal gratieverleningen in Nederland is sinds 2005 sterk gedaald. Ook worden er steeds minder verzoeken voor gratieverlening ingediend.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het ministerie van Veiligheid.

In 2005 werd nog 798 keer gratie verleend, in 2012 nog maar 449 keer. Tegelijk daalde ook het aantal aanvragen van bijna 4000 naar 1608 in dezelfde periode.

Die daling wordt veroorzaakt door een wijziging van de Gratiewet in 2003. Daarbij is een aantal maatregelen genomen die het minder gemakkelijk maken om een gratieverzoek in te dienen.

Bewijsstukken

Zo wordt er geen gratie meer verleend voor boetes onder 340 euro, moet een gratieverzoek worden ingediend op een daarvoor bestemd formulier en moet de gratieverzoeker bewijsstukken aanleveren van de omstandigheden die hij in zijn verzoek aanvoert.

Bovendien was het voor die tijd zo dat de straf werd opgeschort als een gratieverzoek liep; dat is sindsdien niet meer zo, tenzij de straf nog niet is ingegaan.

Werkstraf

Een andere belangrijke reden voor de daling van het aantal gratieverleningenis dat sinds 2003 een straf - bij wijze van voorwaardelijke gratie - op voorhand kan worden vervangen door een werkstraf.

De veroordeelde mag wel een werkstraf uitvoeren, maar pas als die is volbracht, krijgt hij direct een onvoorwaardelijke gratie.

Het aantal voorwaardelijke gratieverleningen is daarom sinds 2001 sterk afgenomen van ruim 1500 in dat jaar tegen 155 in 2011. Voorwaardelijke gratie is nog wel mogelijk in de zin dat (een deel van de) straf wordt kwijtgescholden en de veroordeelde dan bijvoorbeeld een schadevergoeding betaalt.

Kleine delicten

Een flink deel van de gratieverzoeken wordt overigens ingediend voor kleine delicten, zoals een verkeersovertreding. Er wordt ook om gratie gevraagd door mensen die veroordeeld zijn voor een zwaarder misdrijf. Hoe die verhouding precies ligt, wordt niet bijgehouden.

Een gratieverzoek komt altijd binnen bij en wordt beoordeeld door Justis, een onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie. De staatssecretaris is op basis van de Gratiewet gemachtigd om zelfstandig de meeste afwijzende beslissingen op een gratieverzoek te nemen.

Voor sommige afwijzingen heeft hij echter een speciale machtiging nodig van de koningin, bijvoorbeeld als de gratieverzoeker is veroordeeld tot een hoge gevangenisstraf.

In 2012 werden 551 afwijzende beslissingen genomen. Bij gratieverlening heeft de koningin altijd een rol. Zij moet namelijk een handtekening plaatsen onder de gratieverlening.