Een van de verdachten in de zaak rond de overleden grensrechter Richard Nieuwenhuizen heeft toegegeven dat hij geweld heeft gebruikt. Hij heeft verklaard dat hij Nieuwenhuizen tegen de schouder heeft geschopt.

Dat zeggen bronnen rond het onderzoek donderdag.

Geen van de verdachten heeft bekend het slachtoffer tegen het hoofd te hebben geschopt, aldus deze bronnen.

''Van dergelijke bekentenissen is absoluut geen sprake'', zegt advocaat Sander Janssen, raadsman van een van de verdachten. Janssen wil niet zeggen wat de zeven verdachten dan wél over de zaak hebben gezegd.

Hij wil tot aan de eerste zitting, gepland op 11 maart, geen inhoudelijke mededelingen doen.

Telegraaf

De Telegraaf schreef donderdag op basis van het recherchedossier dat 3 van de 7 verdachten zouden hebben bekend de grensrechter tegen het hoofd te hebben geschopt.

Uit het onderzoek is volgens de krant gebleken dat de grensrechter omkwam door een trap tegen het hoofd, de hals of de nek. De meeste verdachten zouden medewerking aan een psychologisch onderzoek hebben geweigerd.

'Onjuist'

De advocaten van vier van de zeven verdachten weten naar eigen zeggen niets van de bekentenissen, meldt NRC. Advocaat Sander Janssen noemt het bericht in De Telegraaf "verbazingwekkend en onjuist". 

De 41-jarige grensrechter van Buitenboys uit Almere werd in december na een wedstrijd tegen het Amsterdamse Nieuw-Sloten zwaar mishandeld. Later overleed hij. Er zijn volgens de krant verklaringen dat het slachtoffer de verdachten tijdens de wedstrijd opzocht en verhaal kwam halen. Daarbij zou hij zich verbaal en fysiek hebben geuit.

Ook zou zijn verklaard dat Nieuwenhuizen met een vlaggenstokje prikte en een slaande beweging maakte. Verder zou hij hebben gezegd dat 'er maar één tik nodig is'. De zaak wordt eind mei inhoudelijk behandeld.