AMSTERDAM - Staatsbosbeheer luidt maandag de noodklok over een toename in het aantal dumpingen van chemisch afval dat overblijft na de productie van xtc.

Dat bevestigt een woordvoerster van de bos- en natuurbeheerder maandag aan NU.nl naar aanleiding van berichtgeving in De Telegraaf.

In bossen en landerijen worden steeds vaker partijen vaten en jerrycans aangetroffen met chemicaliën. Het komt daarbij regelmatig voor dat de vaten in brand zijn gestoken om sporen te wissen. Ook komt het in 35 procent van de gevallen voor dat er één of meer lekkende vaten bij zitten.

De Landelijke Faciliteit Ondersteuning (LFO) registreerde in 2011 60 dumpingen. In 2012 waren dit er al 90 en in de eerste anderhalve maand van 2013 noteerde het LFO al 30 gevallen. 

Boswachter Marcel Douma uit West-Brabant voorziet een rampscenario: "Moet je voorstellen wat er gebeurt als we lekkende vaten vinden in een waterwingebied. Dan is de ellende niet te overzien. Dat zou een ecologische ramp betekenen."

Staatsbosbeheer wil het woord 'ramp' niet in de mond nemen. "Vloeistoffen uit lekkende vaten zouden uiteindelijk wel het grondwater kunnen bereiken. Het gaat echter niet om zware chemicaliën."

Kostenpost

Een groot probleem voor Staatsbosbeheer is de kostenpost die elke dumping met zich meebrengt.

"Als het op 'ons' grondgebied gebeurt, draait Staatsbosbeheer voor de kosten op. Er is geen potje in Den Haag voor dit soort zaken. Hetzelfde geldt voor gemeenten of boeren. Wordt er op hun grondgebied gedumpt, dan moeten zij betalen voor de schoonmaak."

De kosten voor de schoonmaak van één dumping lopen van 8000 tot 12.000 euro. Zeker als er sprake is van lekkage, kan het opruimen duur uitvallen.