DEN HAAG - Wie langs een kentekencontrole van agenten rijdt, zit voortaan langer in de database van de politie. De gegevens mogen 4 weken lang worden bewaard. 

Dat kan agenten de tijd geven om voortvluchtige verdachten op te sporen. Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) heeft dinsdag een wetsvoorstel daartoe ingediend bij de Tweede Kamer.

De zogeheten 'automatic number plate recognition' (anpr) mag nu alleen worden gebruikt om mensen op te sporen die nog een gevangenisstraf moeten uitzitten of een openstaande boete hebben. Hun kentekens staan in een databank.

Is er een treffer, dan kunnen de agenten de gezochte man of vrouw oppakken. Maar als het kenteken nergens in het systeem staat, moet de politie direct wissen dat de nummerplaat is gecontroleerd.

Missers

Als de politiek akkoord gaat, mag de politie ook die missers tijdelijk bewaren. Soms wordt namelijk pas na zo'n kentekencontrole duidelijk dat een auto betrokken was bij een misdrijf.

''Denk bijvoorbeeld aan een overval, waarbij bekeken wordt of de auto van de verdachte rond het tijdstip van het misdrijf in de buurt is geweest'', schrijft het ministerie.

Kritiek

De Raad van State heeft kritiek op het plan van minister Opstelten (VVD). De raad betwijfelt of de inbreuk op de privacy te rechtvaardigen is, blijkt uit een dinsdag openbaar gemaakt advies.

Bovendien trekt de Raad van State in twijfel of de pakkans omhoog gaat. Uit een onderzoek waarop Opstelten zich baseert, blijkt volgens de raad juist dat de meerwaarde van de nieuwe bevoegdheid voor de opsporing van strafbare feiten 'zeer beperkt' is.

Verder vreest de Raad van State dat veel meer mensen in verband zullen worden gebracht met een misdrijf, doordat hun auto bijvoorbeeld op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats was. Andersom kan met kentekenherkenning ook worden uitgesloten dat iemand iets met een misdrijf te maken heeft, maar dat effect is veel kleiner. Ook kan iemand ten onrechte in beeld komen doordat zijn of haar auto door een ander werd bestuurd.

Misdrijven

De Raad van State vond verder dat het gebruik van kentekengegevens volgens een eerdere versie van het wetsvoorstel voor te veel misdrijven mocht worden toegepast.

In reactie daarop heeft Opstelten vastgelegd dat kentekendata alleen mogen worden gebruikt bij onderzoek naar misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, en voor de aanhouding van voortvluchtige verdachten.