BOEKAREST - De drie Roemenen die ervan worden verdacht vorig jaar te hebben ingebroken in de Rotterdamse Kunsthal, hebben ''vrijwel alles aan elkaar gelogen tijdens hun verhoren aan de leugendetector''.

Dat heeft het hoofd van de Roemeense politie Petre Toba maandag meegedeeld, volgens het Roemeense persagentschap Mediafax.

Alleen de vierde verdachte, de assistent van de Roemeense modemiljonair Catalin Botezatu, Petre Condrat, heeft de waarheid verteld, aldus Toba.

Condrat is op 30 januari verhoord, de dagen erna de drie overige verdachten, van wie de laatste maandag aan de leugendetector werd aangesloten.

Vernietigd

''Het feit dat de drie ook tijdens de meest recente verhoren allerlei leugens vertellen, kenmerkt hun houding die ze gedurende de gehele periode na hun aanhouding al hebben aangenomen'', aldus Toba.

Ondertussen worden de geruchten in Boekarest sterker dat de schilderijen die vorig jaar zijn ontvreemd en een waarde van ruim 200 miljoen euro vertegenwoordigen, voor een deel toch zijn vernietigd.

De vermeende dieven of helers zouden in paniek zijn geraakt toen ze tenminste twee schilderijen nergens kwijt konden. Eén van hen heeft met twee opgerolde doeken in een plastic tas door Boekarest gezworven, op zoek naar afnemers.