AMSTERDAM - Jeugdzorg komt vaak te laat in actie als kinderen direct bescherming nodig hebben.

 Wanneer volgens de rechter een gezinsvoogd nodig is, komt die in slechts een op de drie gevallen binnen de gestelde termijn van 5 werkdagen.

''Ik vind een percentage van 33 procent te laag, want hoe sneller een kind of jeugdige geholpen wordt, hoe beter en hoe vanzelfsprekender de interventie is voor het kind en het gezin'', laat staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) dinsdag weten aan de Tweede Kamer.

Het is voor het eerst dat cijfers over wachtlijsten, uithuisplaatsingen, ondertoezichtstellingen en klachten over gezinsvoogden openbaar worden gemaakt.

''Wie na een uitspraak van een kinderrechter niet direct face-to-face contact heeft met een jeugdbeschermer, verkeert daarmee niet per definitie een lange tijd in een onveilige situatie'', aldus Teeven.

Voor kinderen die op de wachtlijst staan is er 'wachtlijstbeheer', waarbij de veiligheid van het kind bewaakt wordt. ''Ik vind het niet verdedigbaar dat zeer veel cliënten langer dan 5 werkdagen moet wachten op het eerste contact met hun jeugdbeschermer. Het percentage van 33 procent moet dus omhoog.''