AMSTERDAM - Twee mannen die in de jaren 40 weigerden in het toenmalig Nederlands-Indië te vechten, willen dat de Hoge Raad kijkt naar de straffen die ze voor die weigering kregen.

Ze vertikten destijds te gaan omdat ze ''niet wilden deelnemen aan het doodschieten van onschuldige burgers''.

Ten tijde van hun veroordeling was bij de militaire rechter nog niets bekend over het structurele geweld van Nederlandse militairen tijdens de zogeheten politionele acties. Daarom moet de zaak worden heropend, zo vindt hun advocaat Liesbeth Zegveld.

Voor hun weigering veroordeelde het Hoog Militair Gerechtshof Jan Maassen en Johannes van Luyn tot celstraffen.

Maassen kreeg op 3 mei 1950 een celstraf van 3 jaar en hij werd op last van de minister van Justitie tot 5 september 1955 uitgesloten van het kiesrecht. Hij kreeg de straf vanwege ''opzettelijke ongehoorzaamheid, gepleegd in tijd van oorlog''. Van Luyn kreeg circa een jaar later, in januari 1951, 2 jaar gevangenisstraf.

Heropenen

De Hoge Raad kan een zaak alleen heropenen als er nieuwe feiten aan het licht komen. ''De misdrijven die tijdens de politionele acties door Nederlandse militairen zijn begaan, werden pas met de publicatie van de Excessennota in 1969 duidelijk'', betoogt Zegveld zaterdag.

''Later onderzoek heeft uitgewezen dat het niet ging om incidentele wandaden, maar om omvangrijk en systematisch optreden, waaraan Nederlandse militairen niet konden ontkomen.''

Oorlogsmisdaden

De advocaat is van mening dat als de militaire rechter in de jaren 50 al over die informatie had beschikt, Maassen (1929) en Van Luyn (1925) waarschijnlijk niet waren veroordeeld. ''Je kunt van een soldaat niet verwachten dat hij zich willens en wetens in een situatie brengt waarbij de kans groot is dat hij moet deelnemen aan oorlogsmisdaden'', stelt Zegveld. Maassen zegt daar zelf over: ''Ik zou alleen naar Indonesië hebben gewild om te voorkomen dat mijn kameraden op weerloze Indonesiërs schoten.''

Met de politionele acties probeerde kolonisator Nederland tussen 1945 en 1949 de orde te herstellen in Nederlands-Indië, waar Sukarno op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen. Er werden meer dan 100.000 militairen gestuurd. Er zouden ongeveer 4000 Indië-weigeraars zijn geweest, van wie er 2600 werden berecht tot celstraffen van 2 maanden tot 5 jaar, aldus Zegveld.