DEN HAAG - De Dierenbescherming moet aan een handelaar in jonge hondjes 19.600 euro schadevergoeding betalen omdat hij ten onrechte moest stoppen met zijn handel.

De Dierenbescherming had een eerder kort geding tegen de handelaar gewonnen, waarna deze onder dreiging van dwangsommen moest stoppen met zijn handel. In hoger beroep trok de vereniging alsnog aan het kortste eind.

De handelaar eiste bijna een half miljoen euro.

Volgens het hof was het aanvankelijke verbod te algemeen geformuleerd, omdat de handelaar ook niet meer mocht handelen in honden waarmee niets mis was. Het hof stelt bovendien dat het in de eerste plaats de taak van de inspectiediensten van de overheid is om toezicht te houden op de handel in dieren en om zo nodig op te treden.

Risico

Omdat de Dierenbescherming de uitspraak in hoger beroep niet heeft afgewacht, nam zij een risico, aldus het hof. Nu is de organisatie aansprakelijk voor de schade.

De handelaar kreeg niet helemaal gelijk. Er waren veel klachten van kopers over de slechte gezondheid van een hondje dat ze hadden gekocht en de Dierenbescherming mocht zich daarom negatief over hem uitlaten in de media. Op dit punt heeft hij dan ook geen recht op schadevergoeding.