DEN HAAG - De vader van Alphen-schutter Tristan van der Vlis moet als getuige optreden voor twee slachtoffers van de schietpartij. 

Het gerechtshof in Den Haag heeft dat dinsdag bekendgemaakt.

De twee slachtoffers van het drama, in april vorig jaar in winkelcentrum de Ridderhof in Alphen aan den Rijn, willen voorlopige getuigenverhoren houden om erachter te komen of er genoeg bewijs is om iemand voor hun schade te laten betalen. Van der V. schoot zes mensen en uiteindelijk zichzelf dood.

Behalve de vader van de dader moeten ook de medeverdachte van Van der Vlis en de voorzitter van de schietvereniging waar hij lid was, komen getuigen.

Ook de twee slachtoffers zelf zullen ondervraagd worden, meldt het hof. Verzoeken om de minister van Justitie, de directeur van de GGZ, de korpschef van de politie Hollands-Midden en een hoogleraar informatietechnologie te horen, heeft het hof afgewezen.

De verdachte, die volgens het Openbaar Ministerie (OM) van tevoren wist wat de jongen van plan was, moet nog voor de rechter verschijnen.

Gerechtshof

Eerder vond de rechtbank de getuigenverhoren niet nodig, omdat er al zo veel onderzoeken waren gedaan naar verschillende kanten van het Alphense bloedbad. Maar het gerechtshof staat nu toch een paar verhoren toe, omdat al die andere onderzoeken niet bedoeld waren om eventuele aansprakelijkheid voor de schade aan te tonen. Bovendien hadden de slachtoffers in die andere onderzoeken zelf geen rol.

Verklaring

De man die zou hebben geweten van de plannen van Van der Vlis, zal voor de rechtbank in Den Haag geen getuigenverklaring afleggen in een civiele zaak. Hij geldt als ook verdachte. ''Niemand hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling'', zegt zijn advocaat Job Knoester.

Het Openbaar Ministerie (OM) vervolgt de man omdat hij zou hebben geweten van de plannen van Tristan van der Vlis, maar desondanks niet naar de politie stapte. Volgens Knoester blijkt op geen enkele manier uit het dossier dat de jongeman wist dat Van der Vlis een serieus plan had.

Zwijgrecht

De advocaat wijst er op dat een verklaring tegen zijn cliënt gebruikt kan worden. ''Hij moet als getuige verschijnen, maar zal zich dan beroepen op zijn zwijgrecht. Het is niet uit te sluiten dat zo’n verklaring uiteindelijk tegen hem wordt gebruikt.'' Het is voor de verdachte ''heel zwaar'' dat de zaak al zo lang voortsleept, voegde hij daaraan toe.

Knoester noemde het overigens ''onthutsend en onzuiver’’ dat het hof zijn cliënt als medeverdachte betitelde. Hij zei zich er over te verbazen dat een dergelijke fout ''op dat niveau wordt gemaakt''.

''Het ligt echt genuanceerder. Hij is verdachte in een zaak die betrekking heeft op de schietpartij. Maar hij is geen medeverdachte. Met die betiteling brengen ze cliënt echt in gevaar, want het gaat in zijn zaak om een van de minst zware bedenkingen die bestaan.''