EOD'ers moeten getuigen in zaak flitspaalbom

DEN HAAG - Twee medewerkers van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) worden volgende week gehoord in de zaak rond de zogenoemde flitspaalbom.

De rechtbank heeft een verzoek daarover toegewezen, zo zei advocaat Reinja Ottens donderdag. Het verhoor vindt plaats tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak maar wel achter gesloten deuren, omdat mogelijk staatsgeheime informatie aan de orde komt, aldus Ottens.

De twee medewerkers maakten vorig jaar in oktober een bom onschadelijk die was vastgebonden aan een flitspaal in Voorschoten. Het projectiel kwam tot ontploffing, waardoor een van hen een hand verloor.

Ook de andere EOD'er en een rechercheur raakten gewond. Justitie vervolgt Erik O. en Jörn de V. voor zware mishandeling met voorbedachten rade. De maximale straf daarvoor is 12 jaar. Ze zitten inmiddels circa een jaar vast.

Laboratorium

Volgens Ottens, die een van de verdachten bijstaat, is een rapportage van een Brits laboratorium aanleiding voor haar verzoek.

De onderzoekers rapporteerden dat de oorzaak niet kon worden achterhaald, maar de rechtbank vroeg om aanvullende informatie. Daaruit zou volgens Ottens blijken dat de bom ''absoluut niet uit zichzelf is ontploft''. ''De verdediging heeft hen nog niet kunnen horen. Zij waren degenen die erbij waren'', motiveerde ze het verzoek.

Het Openbaar Ministerie (OM) verzette zich tevergeefs tegen het verzoek. Het OM vindt dat de slachtoffers niet als getuigen zouden moeten worden gehoord. Daarnaast is eerder al een leidinggevende van de EOD gehoord, zei een woordvoerster.

Vroege ochtend

De bom werd in de vroege ochtend ontdekt. Een EOD'er meende het projectiel onschadelijk te hebben gemaakt en had het sein veilig gegeven, maar de zelfgemaakte bom ging alsnog af. De verdachten hebben hun betrokkenheid toegegeven en toonden tijdens eerdere zittingen spijt.

Lees meer over:
Tip de redactie