AMSTERDAM - Het wetsvoorstel om medisch verkregen DNA-materiaal ook voor strafzaken te gebruiken, maakt de overheid onbetrouwbaar. Wetenschappelijk medisch onderzoek kan daardoor in gevaar komen.

Dat stelt Ben van Ommen, programmadirecteur systeembiologie en principal scientist bij TNO. Hij reageert op het wetsvoorstel dat vrijdag uitlekte, waarin staat dat het voor justitie mogelijk moet worden om DNA-materiaal op te eisen uit de zorg.

Volgens Van Ommen zijn er twee discussies die nu met elkaar verbonden worden. De eerste gaat over het gebruik van DNA en ander menselijk materiaal voor wetenschappelijk onderzoek.

Deze discussie wordt volgens hem grondig, langdurig en goed gevoerd, en is goed wettelijk geregeld, met volledig respect voor anonimiteit van de donor.

Tweede discussie

De tweede discussie gaat over vrijwillig of niet afstaan van DNA voor forensisch onderzoek. Door "forensisch in te breken" in de medisch-ethische discussie zet je de geloofwaardigheid hiervan op het spel, meent Van Ommen.

"Het is legitiem dat beide discussies gevoerd worden, maar je mag ze niet zomaar vermengen", betoogt hij. Voor hem staat voorop dat mensen hebben ingestemd met het afnemen van DNA-materiaal, omdat het voor wetenschappelijk of medisch onderzoek noodzakelijk is.

"Als de overheid achteraf de regels gaat veranderen door toch toegang tot het materiaal te kunnen krijgen voor forensisch gebruik dan wordt ze daarmee onbetrouwbaar. En dat is juist wat je bij dit gevoelige onderwerp niet wilt."

Wantrouwen is ernstig voor burger en wetenschap. "Waarom zou je de overheid nog vertrouwen op het gebied van privacy als je vooraf consensus bereikt en achteraf wordt dat via een nieuwe wet ondermijnd?", vraagt Van Ommen zich af. "Wat de overheid hier vooral moet zijn is betrouwbaar."

Als voorbeeld noemt hij een patiënt, die materiaal van een tumor afstaat om onderzoek naar kanker te doen. Op het moment van afstaan gaat het de persoon om genezing en niet om een strafrechtelijk onderzoek verder te helpen.

Terughoudender

Voor de onderzoeker is dit nadelig omdat de burger het vertrouwen in medisch onderzoek verliest. Van Ommen erkent dat mensen mogelijk terughoudender zullen zijn in het meewerken aan wetenschappelijk onderzoek of medisch onderzoek.

"Het kwaad is nu al voor een deel geschied. In feite heeft de overheid door deze dingen te doen gezegd: wij mogen de spelregels achteraf veranderen."

Van Ommen zegt dat er ook een discussie over privacy-aspecten van het wetsvoorstel te voeren is. Daar mengt hij zich niet in. Hij vindt het wel legitiem dat er een maatschappelijk debat over het gebruik van DNA-materiaal plaats vindt. Door meteen met een wetsvoorstel te komen, zijn er meteen plannen.