ROTTERDAM - Ongewapend, maar wel in het groen. Dat zijn de militairen met wie het winkelend publiek in Rotterdam vanaf donderdag drie dagen lang wordt geconfronteerd in het hartje van de stad. 

Ongeveer 200 militairen oefenen daar het herstel van het openbare leven in de stad na overstroming van de Maas.

Er is geen voedsel meer, geen drinkwater voorhanden en de infrastructuur en het openbaar bestuur liggen plat.

Het is nu aan 'de troepen' om de Maasstad weer op de rails te krijgen, is het idee achter de operatie donderdag 11, vrijdag 12 en zaterdag 13 oktober. Vooral vrijdag trekken de militairen in groepen van zes of zeven de stad in om op 22 verschillende locaties informatie te verzamelen die nodig is om de stad weer enigszins op orde te krijgen.

Tentenkamp

Aan de Parklaan wordt een tentenkamp neergezet vanwaaruit de civiel-militaire operatie onder de naam Borculo wordt geleid. ''De missieteams trekken de stad in en bestaan uit ongeveer zes mensen met expertise over onder meer civiele techniek, bestuurskunde en communicatie", lichtte een woordvoerder van de operatie toe.

De operatie is bedoeld voor beroepsmilitairen en reservisten van het 1 CIMIC Bataljon uit Apeldoorn. ''Deze eenheid van de Koninklijke Landmacht houdt zich onder meer bezig met civiel-militaire samenwerking in gebieden waar het Nederlandse leger actief is, bijvoorbeeld Afghanistan en Sudan. Met deze taak vervult de eenheid een brugfunctie tussen krijgsmacht en samenleving.’’

Jaarlijks

De oefening is jaarlijks, maar deze keer in de havenstad. Aan de hand van het scenario dat de stad onder water heeft gestaan, worden de vaardigheden van de militairen geoefend. Een special taak is weggelegd voor de Rotterdamse middenstand, de gemeente en andere lokale instanties.

Zij spelen een rol als militairen om informatie komen vragen. Aan de hand daarvan worden plannen gemaakt om Rotterdam sociaal, infrastructureel, economisch en bestuurlijk er weer bovenop te krijgen

De Koninklijke Landmacht benadrukt dat het niet gaat om een militaire oefening waarin wordt geschoten of met grote voertuigen door de omgeving wordt gereden. ''Daarom is er voor de omgeving en het winkelend publiek vrijwel geen overlast", aldus de Koninklijke Landmacht.