AMSTERDAM - De Nederlandse staat hoeft niet snel te starten met het onder water zetten van de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen.

Die uitspraak deed de rechtbank in Den Haag woensdag naar aanleiding van een bodemprocedure die was aangevraagd door de Vogelbescherming. 

De natuurorganisatie beschuldigt het kabinet van nalatigheid.

Nederland heeft zich volgens de Vogelbescherming met het Scheldeverdrag met Vlaanderen verplicht tot ontpoldering. Volgens de rechtbank kan de organisatie, in tegenstelling tot Vlaanderen, echter niet eisen dat Nederland zich aan het vedrag houdt.

De staat heeft bovendien beleidsvrijheid als het gaat om verplichtingen, zo oordeelt de rechtbank. Het gedwongen ontpolderen van de Hedwigepolder is daardoor onmogelijk.

Heet hangijzer

Het al dan niet ontpolderen van het gebied in Zeeuws-Vlaanderen is al jaren een heet hangijzer. Het vol laten lopen van de Hedwigepolder geldt als natuurcompensatie voor de verdieping van de Westerschelde, de belangrijkste aanvoerroute voor schepen naar de haven van Antwerpen.

Door eerdere kabinetten voorgestelde alternatieven stuitten op verzet van de Tweede Kamer of milieuorganisaties. Het huidige demissionaire kabinet-Rutte schuift het te nemen besluit door naar het nieuw te vormen kabinet.

Procedure

De Europese Commissie wil dat Nederland de gemaakte afspraken over natuurherstel nakomt en is inmiddels een officiële procedure begonnen. Ook de Vlamingen bereiden een zaak voor, omdat Nederland al zo lang treuzelt met het onder water zetten van de Hedwigepolder. De Vlaamse president Kris Peeters liet weten dat deze procedure 22 november zal beginnen.

Een woordvoerder van de Vogelbescherming noemt het jammer dat zijn organisatie de bodemprocedure om juridische redenen heeft verloren. Maar het staat volgens hem vast dat de Hedwigepolder uiteindelijk toch onder water zal moeten en dat uitstel Nederland geld zal kosten. De Vogelbescherming roept het nieuwe kabinet in wording daarom op zo snel mogelijk met de ontpoldering te beginnen.