RIJSWIJK - Nederland spant Europees gezien de kroon als het gaat om het tekort aan wiskundeleraren en taalonderwijzers. 

Dat blijkt uit cijfers van Eurydice, een database van de Europese Unie met onder meer gegevens over onderwijs.

In Nederland gaf in 2009 30,8 procent van de scholen aan een tekort te hebben aan wiskundeleraren. Alleen Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Vlaanderen komen enigszins in de buurt van dat getal.

Ook daar geeft een kwart van de scholen aan een tekort te hebben. In andere onderzochte Europese landen ligt dat aantal veel lager. Finland (2,6 procent), Denemarken (1,9 procent) en Zweden (2,9 procent) hebben bijna nergens last van. Het gemiddelde van de EU ligt op 15 procent van de scholen.

Pijnpunten

Een nog meer afgetekend beeld is te zien bij taalleraren. In Nederland heeft 21,1 procent van de scholen aan dat er te weinig leraren zijn die een taal onderwijzen. Dat staat in schril contrast met het Europese gemiddelde van 7,7 procent. Ook hier volgen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, maar op gepaste afstand; 13,8 respectievelijk 12,5 procent.

Uit recente cijfers van het ministerie van Onderwijs blijkt dat het met de andere vakken wel meevalt wat betreft het lerarentekort. Wiskunde en Nederlands, en in iets mindere mate de andere talen, zijn de grote pijnpunten, bevestigde het ministerie.

''Let wel, het gaat om vacatures. Die kunnen natuurlijk weer vervuld worden en dus kan je er niet zomaar vanuit gaan dat dat het tekort is’’, plaatst een woordvoerster een kanttekening.