ALKMAAR - De Hoornse gynaecoloog Maarten B. (48) is schuldig aan de dood van het baby’tje Biendiya Ramgoelam in mei 2009.

Ook is aan hem te wijten dat de moeder bij de bevalling zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Tot dit oordeel is de rechtbank in Alkmaar maandag gekomen.

B. kreeg een maand voorwaardelijke celstraf en een jaar lang voorwaardelijk ontzetting uit zijn beroep. Verder moet hij 1000 euro betalen aan de stichting Make a Memory, die foto’s van overleden kinderen maakt.

Volgens de rechtbank heeft B. ''een keten van omstandigheden” gecreëerd die er toe heeft geleid dat op de bewuste dag veel te laat een keizersnede is uitgevoerd bij de moeder.

Buikholte

Bij haar was toen al een scheuring van de baarmoederwand opgetreden, waardoor het ongeboren meisje met haar hoofd en schouders in de buikholte was beland. De baby overleed uiteindelijk aan de gevolgen van het ernstige zuurstofgebrek dat daarbij optrad.

De straf die de rechtbank heeft opgelegd, is vrijwel conform de eis van het Openbaar Ministerie (OM). Het verschil was dat de officier van justitie een betaling van 5000 euro aan de stichting Make a Memory had gevraagd in plaats van de opgelegde 1000 euro.

Net als het OM vindt de rechtbank dat B. rond de geboorte van Biendiya slecht met zowel de beide ouders als het medisch personeel heeft gecommuniceerd.

Behandelplan

De rechtbank verwijt hem verder dat hij een vooraf afgesproken behandelplan onvoldoende heeft gevolgd en ''te lang, te star en te rigide'' heeft vastgehouden aan zijn eigen behandelplan.

Daardoor is in strijd met gemaakte afspraken te lang geprobeerd de moeder op natuurlijke wijze te laten bevallen.

De rechtbank verwijt B. voorts dat hij naar huis is gegaan zonder expliciete instructies te hebben achtergelaten voor het medisch personeel en zonder contact met zijn afdeling te houden over de situatie.

In tegenstelling tot het OM, dat B. ook vervolgde voor het in hulpeloze toestand brengen en achterlaten van moeder en kind, vindt de rechtbank echter dat geen sprake is van opzet. Op dit punt sprak de rechtbank B. dan ook vrij.