Mogelijk nieuw onderzoek serieverkrachter Utrecht

AMSTERDAM - Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoekt of het DNA-materiaal van de Utrechtse serieverkrachter geschikt is voor DNA-verwantschapsonderzoek.

Dat gebeurt op verzoek van het Openbaar Ministerie in Utrecht, meldt het AD Utrechts Nieuwsblad vrijdag.

De man die in 1995, 1996 en in 2001 in Utrecht zes vrouwen verkrachtte en twaalf pogingen daartoe deed is nooit gevonden, maar zijn DNA is wel bekend.

Het Openbaar Ministerie laat nu onderzoeken of een verwantschapsonderzoek in de zaak van de serieverkrachter technisch en juridisch haalbaar is.

''Het DNA-materiaal dat we hebben moet wel geschikt zijn om daarmee mogelijke familieleden te traceren. Dat is aan het NFI,'' legt persofficier Suzan Terporten uit.

NFI

Een voorlichter van het NFI laat in een reactie weten dat een ''heel goed daderprofiel'' noodzakelijk is voordat over kan worden gegaan tot een grootschalig onderzoek. Dat betekent dat het DNA van de dader niet mag zijn gemengd met dat van zijn slachtoffers. Onduidelijk is hoe lang het onderzoek naar het daderprofiel gaat duren.

In de zaak-Vaatstra was het daderprofiel overduidelijk, meldt een voorlichter van het NFI. Mede daarom werd in die zaak besloten over te gaan tot een grootschalig, in Nederland uniek, DNA-verwantschapsonderzoek.

Net als in de zaak-Vaatstra moet het college van procureurs-generaal toestemming geven voor het verwantschapsonderzoek.

Lees meer over:
Tip de redactie