UTRECHT - In Amsterdam, Utrecht, Leiden, Delft en Den Haag is het voor studenten nog steeds het lastigste om een kamer te vinden.

In Amsterdam en Utrecht is een tekort van 9000 kamers voor de komende jaren, zo blijkt uit een inventarisatie van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb).

Een kleine 30.000 studenten zoekt momenteel een kamer, dat aantal is ongeveer gelijk aan vorig jaar. Goed nieuws is dat er voor de komende jaren ruim 20.000 studentenwoningen worden bijgebouwd. ''Dat is mooi en het moest ook echt gebeuren'', reageerde Kai Heijneman, voorzitter van de LSVb.

In Utrecht duurt het ’t langst voordat studenten een kamer hebben gevonden. In Zwolle, Breda en Tilburg is de wachttijd het kortst.

''Er zijn steden echt heel goed bezig, maar Utrecht en Amsterdam moeten toch echt meer doen om het tekort terug te dringen. Die twee steden zijn samen goed voor twee derde van het tekort'', lichtte Heijneman toe.

Volgens hem kunnen steden in eerste instantie beter grote complexen bouwen met bijvoorbeeld gedeeld sanitair. In dat soort panden kunnen namelijk snel veel studenten gehuisvest worden.

Kwaliteit

''Daarna kan een stad ook gaan kijken naar zelfstandige en kwalitatief heel goede kamers'', aldus Heijneman. ''Het gebrek aan kwalitatief goede kamers is een kleiner probleem, al zijn er ook wel kamers die echt niet meer voldoen. Die zijn bijvoorbeeld te klein, staan te ver van de onderwijsinstelling of zitten in oude panden.''

De discussie over de OV-chipkaart benadrukt volgens Heijneman de noodzaak van de bouw van kamers. ''Sommige partijen willen liever een trajectkaart. Dan wordt het helemaal vervelend voor studenten als ze noodgedwongen toch moeten reizen naar hun studie of stage, omdat ze geen kamer kunnen vinden.''