UTRECHT - Kinderen uit Roma-gezinnen spijbelen naar verhouding veel vaker dan andere jongeren. Het aantal Roma-jongeren dat de laatste jaren het voortgezet onderwijs met diploma heeft verlaten, valt laag uit.

Dat blijkt uit onderzoek van het Trimbos-instituut in Utrecht.

Roma en Sinti zijn een nomadenvolk, in de volksmond zigeuners genoemd. In Nederland wonen ze vooral in Limburg en Noord-Brabant.

''Schoolverzuim en voortijdige schooluitval bij jongeren zijn vaak voorboden van maatschappelijke uitval. Dat begint al bij de toetreding tot de arbeidsmarkt'', zo staat in het rapport.

Spijbelen

Vooral Roma-meisjes spijbelen vaak. Zo ging volgens de cijfers van Trimbos in januari van 2010 in Nieuwegein, waar meer dan 90 Roma-kinderen onder de 18 jaar wonen, geen enkel meisje naar een middelbare school. Inmiddels gaat het daar wel iets beter, zo benadrukt de gemeente.

Zo gingen in het schooljaar 2010/2011 38 van de 41 kinderen onder de 12 jaar naar school, bij jongeren tussen de 12 en 18 jaar gaat het om 8 van de 24 jongens en meisjes.

Overigens ontbreken landelijke cijfers over schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten onder Roma-jongeren, omdat niet naar etniciteit mag worden gekeken. Maar gemeentelijke cijfers lieten eerder al zien dat de groep Roma-jongeren oververtegenwoordigd is.

Moeilijk aan te geven

Concrete oorzaken voor het verzuim zijn moeilijk aan te geven. De jongeren lijken, vaak al op de basisschool, minder weerbaar te zijn en vaker last te hebben van faalangst en een laag zelfbeeld. Veel meisjes hebben het toekomstbeeld van trouwen en kinderen krijgen.

Een aantal van hen was zelfs al jong (13 à 15 jaar) getrouwd. Volgens de traditie is het ongepast om als getrouwde Roma-vrouw naar school te gaan of te werken, aldus de onderzoekers.