ALMERE - Er is een nieuw soort hooligan, waarvoor een nieuwe aanpak nodig is.

Dat zegt het Auditteam Voetbal en Veiligheid na onderzoeken naar de rellen rond FC Utrecht - FC Twente en naar de bestorming van het Maasgebouw in Rotterdam.

Volgens het auditteam is de nieuwe hooligan een gelegenheidshooligan, die over het algemeen erg jong is en onbekend bij de voetbaleenheden van de politie.

Vaak is dit type relschoppers al wel eerder met de politie in aanraking geweest, veelal in verband met jeugdoverlast of deelname aan een problematische jeugdgroep. Het auditteam wil dat wordt onderzocht hoe deze nieuwe generatie hooligans het best kan worden aangepakt.

Ongrijpbaar

Bij de incidenten in zowel Rotterdam als Utrecht hebben de gelegenheidshooligans een grote rol gehad. Het auditteam spreekt van ''redelijk ongrijpbare'' groepen.

Ze hebben geen duidelijke groepsstructuur en zijn niet hiërarchisch ingericht, zoals de traditionele georganiseerde hooligans. Belangrijk onderdeel van het onderzoek dat volgens het auditteam moet worden gedaan, is hoe deze nieuwe generatie ordeverstoorders onderling communiceert.

Inschatting

Het auditteam concludeert ook dat gemeente, politie, voetbalclubs en Openbaar Ministerie (OM) te weinig hebben gedaan met belangrijke informatie voorafgaand aan de wedstrijd FC Utrecht - FC Twente.

Deze 'vierhoek' had veel meer op de intuïtie had moeten vertrouwen, aldus het rapport. Volgens het auditteam hebben deze partijen onbevestigde, 'zachte' informatie ten onrechte naast zich neergelegd.

Vuurwerk

Supporters van Utrecht en Twente gingen tijdens en na de wedstrijd op de vuist. Directe aanleiding was dat vanuit het Twentevak vuurwerk naar de Utrechtaanhang werd gegooid.

Het team noemt een lijst van 8 incidenten uit 2011, op basis waarvan ''moeilijk kan worden vastgehouden'' dat er geen extra bijzonderheden waren ten aanzien van deze wedstrijd.

Verder constateert het dat de ME te laat was en dat er niet goed genoeg is gefouilleerd door personeel van zowel de Twentse als de Utrechtse voetbalclub.

Bestorming Maasgebouw

De Rotterdamse politie is niet genoeg gericht op het voorkomen van ongeregeldheden door Feyenoordhooligans. Dat concludeert het auditteam na eigen onderzoek naar de bestorming van het Maasgebouw bij de Kuip op 17 september. Een groep van 50 relschoppers bracht toen politiemensen zodanig in het nauw bracht, dat deze hun wapens trokken.

De politie Rotterdam-Rijnmond zou de strategie bij thuiswedstrijden van Feyenoord tegen het licht moeten houden. 

Volgens het auditteam is het politieoptreden niet gericht op het voorkomen van ongeregeldheden, maar op het zo snel mogelijk herstellen van de orde. Een van de aanbevelingen is om politiemensen inclusief ME vanaf het begin zichtbaar op te stellen en niet pas als er al geweld wordt gepleegd.

Agressie tegengaan

De politie besluit vaak om zo weinig mogelijk eenheden zichtbaar op te stellen als er (nog) niks aan de hand is. Algemeen wordt gedacht dat op die manier agressie onder hooligans wordt tegengegaan. Maar het auditteam meent dat de bestorming van het Maasgebouw hierdoor kon gebeuren.

Er was immers maar 5 minuten voor nodig en de piek van het geweld duurde maar 1 minuut en 40 seconden. Mogelijk had het geweld voorkomen kunnen worden als de politie er al met meer personeel had gestaan.

In een reactie zegt de gemeente Utrecht de hoofdconclusies van het rapport te delen. Zo is onder meer de procedure voor de alarmering van de ME verbeterd. V

erder gaat de politie scherper toezien op fouillering (vuurwerk) bij de club en wordt het cameratoezicht in samenwerking met FC Utrecht buiten het stadion verbeterd. Ook zegt de gemeente onbevestigde risico- en dreigingsinformatie beter te gaan gebruiken.