DEN HAAG - De op 1 mei ingevoerde nieuwe regels voor coffeeshops in de drie zuidelijke provincies, in de volksmond 'wietpas' genoemd, schieten hun doel voorbij. 

Als gevolg daarvan is de illegale straathandel fors toegenomen en is er een groot en ongrijpbaar netwerk ontstaan van nummers die gebeld kunnen worden voor de levering van wiet.

Dat schrijven onderzoekers Nicole Maalsté en Rutger Jan Hebben in een zogenoemde quickscan, gemaakt in opdracht van de stichting Epicurus, een stichting die zich bezighoudt met onderzoek naar de effecten van de wietpas.

''We vinden dat ook de noordelijke coffeeshopgemeenten moeten weten wat hun te wachten staat'', zei senior onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg Maalsté zaterdag in een toelichting.

Harddrugs

De politie heeft onvoldoende capaciteit om de handel aan te pakken, aldus het onderzoek. Kopen in de coffeeshop is minstens een kwart duurder dan via dealers op straat. Vooral de 18 tot 24 jarigen mijden de coffeeshop. Hetzelfde geldt voor allochtone blowers.

''Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze groepen massaal gestopt zijn met blowen'', aldus de onderzoekers. Illegale dealers maken geen onderscheid in leeftijd en verkopen naast wiet en hasj vaak ook nog andere drugs. ''Hierdoor bestaat het risico dat jongeren bij de aanschaf van wiet of hasj in aanraking komen met harddrugs.''

Albanezen

Naast de Marokkaanse jongeren uit Utrecht en Rotterdam zijn er nu ook Albanezen, Hongaren, Roemenen en allochtonen uit Noord-Frankrijk actief in de illegale handel in Zuid-Nederland.

Een coffeeshophouder uit Roermond telde op één dag 25 drugsrunners: ''De straatdealers werken in shifts. Ze komen met de trein of met de auto, draaien hun dienst en gaan dan weer terug naar hun eigen stad.''

In Limburg worden veelal ‘brave’ minderjarige jongens geronseld. In Geleen is een jongetje van 9 jaar op een fiets aangehouden die mensen aansprak of ze drugs wilden kopen.

Volg de berichten over dit onderwerp op Twitter via NUlive