AMSTERDAM – Dat de nieuwe vakbeweging er komt is vooral te danken aan de achterban, niet aan de bestuurders van de verschillende vakbonden.

Dit stelt Jetta Klijnsma, die het afgelopen jaar de route voor de hervorming van de vakbeweging uitstippelde, in een interview met NU.nl.

"De leden hebben wel echt het laatste zetje gegeven. Dat gedoe daar bovenin, daar is de achterban wel klaar mee. Die zijn nu ook echt opgelucht."

Morgen draagt u het stokje over aan Ton Heerts. Bent u blij dat u van het kwartiermaken af bent?

"Het is wel goed hoor dat het nu klaar is, want er ging heel veel tijd in zitten en ik deed dit vrijwillig naast mijn werk als Kamerlid. Maar ik heb het een mooi proces gevonden."

Deze klus heeft u destijds ‘met wikken en wegen’ aanvaard. Heeft u het gevoel dat de uitkomst nu minder ongewis is?

"Ja. Wat mooi is dat gaande de rit mensen weer met elkaar zijn gaan praten. Het was echt heftig verstoord binnen de oude FNV en je ziet dat ook van onderop mensen elkaar weer zijn gaan opzoeken."

"Toen ik begon hoorde ik van velen: u ziet toch zelf ook wel dat er echt kraters geslagen zijn, dat wordt toch nooit meer wat! Ik snap dat er veel scepsis is, dat was bij mij ook."

"Dat heb je ook niet zomaar weggepoetst. Maar een ding is wel zo klaar als een klontje: de leden zijn helemaal klaar met dat gekneuter en gedoe bovenin."

"Maar nu is de doelstelling in bijna alle bonden aanwezig dat het met een mond kunnen spreken richting Den Haag en Brussel essentieel is."

Toch stemden de bonden heel duidelijk niet in met de door uw voorgestelde sectoren. Ze willen mee, maar wel hun eigen bond blijven.

"Dat zeggen die bonden niet. Vooral Bondgenoten zegt: wij zien er juist lol in om op termijn op te gaan in de sectoren."

"Binnen Bondgenoten en Abva en Kiem zorgen de sterkere sectoren ervoor dat de zwakkeren ook bestaansrecht hebben. Er wordt bijvoorbeeld veel geld overgeheveld naar de zwakkere sectoren. De schoonmakers en de kunstenaars moeten niet met lege handen komen te staan, want zij ontvangen nu steun uit de andere sectoren."

Voornamelijk Abvakabo was vrij kritisch. Bondgenoten is ook alleen maar ingestapt nadat er een duidelijkere afspraak werd gemaakt over de versplintering. Dat zijn toch duidelijke signalen dat het niet binnen een jaar gaat lukken?

"Wij zeggen: probeer het nou binnen het komende jaar te doen. Er wordt morgen een overeenkomst ondertekend door 15 bonden, daar staat heel duidelijk een tijdspad in om op 1 mei 2013 het rechtstreeks gekozen ledenparlement en voorzitter in het gelid te kunnen laten treden."

"Dat zijn natuurlijk de vernieuwingen: dat de voorzitter vanuit rechtstreeks mandaat wordt gekozen door de leden."

"Zij hebben zoiets van: we zitten economisch in zwaar weer er komen nieuwe verkiezingen en de bonden zitten een beetje onderling te steggelen."

"Als je mij vraagt: heb je op 1 mei 2013 de hele vakbeweging uit de klei getrokken? Dan kan ik daar geen vergif op innemen. Maar er ligt nu een goede basis van waaruit men de eerste stappen kan doen."

"Tot voor kort wisten we überhaupt nog niet of we die 23 juni wel konden gaan organiseren. Dat is wat dat betreft echt een raar proces geweest hoor."

Wanneer dacht u dan: die 23 juni gaan we nooit redden?

"We hebben op 1 mei ons conceptstuk gepresenteerd. Toen kwamen er uit alle hoeken uit de vakbeweging mitsen, maren, kritiek en gedoe."

"Toch was ik blij dat dit uit alle hoeken van de vakbeweging kwam. Dat niet een bond zei: ik wil er niets meer mee te maken hebben. Iedereen stond wel als een bok op de havenkist."

"Twee weken geleden dacht ik: we kunnen misschien toch wat organiseren op 23 juni. Want dat was eerst nog heel moeilijk hoor. Dat heb ik wel geleerd: vakbondsmensen onderhandelen tot de laatste snik. Daarom moest ik ook deadlines stellen."

Hoe is het dan toch gekomen dat het gros van de bonden er wel staat morgen?

"Denk je ook niet dat het gewoon door de leden komt? Ik heb de afgelopen week nog weer veel bonden bezocht en voelde heel duidelijk dat er opluchting heerst bij de achterban omdat ze weer constructief aan de slag gaan."

En u heeft zelf vast ook een rol gespeeld daarbij.


"Ik heb bijvoorbeeld het weekeinde na 11 juni alle bondvoorzitters een voor een bij me gevraagd. Toen heb ik gezegd: het stuk ligt er, nou hebben jullie de verantwoordelijkheid. En realiseer je heel goed wat dat betekent. Dat soort inzet heb ik natuurlijk wel gepleegd."

"Maar ik heb altijd gezegd: ik ben geen relatietherapeut. Uiteindelijk moeten de mensen zelf de boel weer oppakken."

"Wel heb ik opgeschreven in mijn stuk dat bestuurders eigenlijk niet langer dan twee keer vier jaar op hun plek moeten zitten. Nu trof ik bestuurders in bondsraden aan die al 20, 30 jaar op dezelfde plek zitten. Dan verstart het ook. Als je eenmaal ruzie met iemand hebt, dan komt het ook nooit meer goed."

"Terwijl je het vertegenwoordigen van je achterban hoog in het vaandel zou moeten hebben. Dat gooi je daarmee weg, en moet je niet meer willen."

U bent deze week op nummer twee op de kieslijst van de PvdA terechtgekomen. Daar is ook een machtstrijd gaande zo is te lezen in de media, net als bij de vakbeweging.


"Ik loop al heel lang mee in de politiek en heb al heel vaak meegemaakt dat er sprake was discussie om de samenstelling van een lijst."

"Ik ben 8 jaar raadslid geweest en bij de tweede periode werd ik ook redelijk laag op de lijst gezet. Toen was ik ook teleurgesteld en verdrietig."

"Ik vind het ook altijd heel ingewikkeld om oude getrouwen teleur te stellen. Het is zwaar om afscheid te moeten nemen van collega’s. In de politiek doet men dat misschien niet altijd warm genoeg. Mensen voelen zich toch weggezet."

"Maar het hoort bij het leven. Zelf zit ik niet zo in elkaar dat ik naar de krant zou lopen. Dat doe je gewoon niet vind ik."

Wat gaat u vooral meenemen na deze klus?

"Ik heb veel mensen leren kennen en dat is voor een volksvertegenwoordiger natuurlijk altijd goed. En verder: het schiet niet op als je elkaar de hersenen in slaat. Ook niet in de politiek. Dus als je weer een coalitie moet sluiten: dan weet je dat je water bij de wijn moet doen."