DEN HAAG/TYNAARLO - De verwoestende brand in mei 2008 bij een scheepswerf in het Drentse De Punt, waarbij drie brandweermannen het leven lieten, was geen 'ramp' maar een 'gewone brand'.

Dat heeft de Raad van State woensdag bepaald.

Tynaarlo en het ministerie van Veiligheid en Justitie liggen al 2 jaar in de clinch over de vraag wie de kosten van onder meer de uitvaart van de drie brandweermannen moet betalen.

Volgens de gemeente heeft zij recht op een bijdrage op basis van de Wet rampen en zware ongevallen, net zoals Volendam die kreeg na de nieuwjaarsbrand in 2001.

Ook speelt mee dat de dood van de brandweermannen een enorme impact had op de kleine dorpsgemeenschap. De gemeente organiseerde en betaalde daarom onder meer enkele herdenkings- en rouwdiensten. Ook werd een monument geplaatst op de plaats van de brand. De totale kosten bedroegen zo'n 850.000 euro.

Ministerie

Het ministerie heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat de brand, hoe dramatisch ook, ''niet heeft geleid tot een ernstige verstoring van de openbare veiligheid, noch dat het leven van vele personen werd bedreigd''. De gemeente kan daarom geen beroep doen op de wet, aldus het Rijk.

De Raad van State stelde het ministerie woensdag op alle punten in het gelijk. Ook voor een incidentele bijdrage - omdat het een kleine gemeente is waar de kosten van de brand zwaar drukken op de begroting - komt Tynaarlo niet in aanmerking.

Uitspraak Raad van State over brand De Punt