DEN HAAG - Het toezicht van dekens op advocaten moet professioneler. Dat concludeert interim rapporteur Rein Jan Hoekstra.

De conclusie staat in een tussenrapportage, die Hoekstra heeft opgesteld in opdracht van de Orde van Advocaten (NOvA).

Volgens Hoekstra neemt de afhandeling van klachten zó veel tijd in beslag, dat dekens er nauwelijks aan toe komen om op eigen initiatief onderzoek te doen. Zulk proactief toezicht moet gehouden worden op de kwaliteit van de dienstverlening van advocaten en op de financiële situtatie van advocatenkantoren. Ook leggen de dekens te weinig verantwoording af aan het publiek over hun toezicht en de resultaten daarvan. Hoekstra vindt dat onderzoeken en klachten beter moeten worden geregistreerd en ingedeeld.

Het gaat vooralsnog om een tussenrapportage. Het onderzoek van Hoekstra loopt nog tot december, dan verschijnt ook de eindrapportage. Hij sprak alle dekens, maar ook 20 personen die hun ervaringen over de afhandeling van klachten deelden.

Meer vaart

De rapporteur stelt dat het nodige al in gang is gezet, maar dat daar meer vaart achter gezet zou moeten worden. In het vervolgonderzoek richt Hoekstra zich onder andere op de professionalisering van het toezicht, de kwaliteit en de financiën.

De NOvA is momenteel verwikkeld in een discussie met staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie) over het toezicht op de advocatuur. Teeven wil dat er een nieuw, onafhankelijk college komt waarvan de leden geen advocaat mogen zijn. Dat zou de onafhankelijkheid van advocaten aantasten en de rechtsstaat bedreigen, aldus de orde.