AMSTERDAM - De Nederlandse oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber is donderdag op 90-jarige leeftijd overleden.

Dat heeft zijn echtgenote zaterdagochtend gemeld aan De Nieuwe Pers, de digitale opvolger van de gratis krant De Pers. Faber overleed in een ziekenhuis in het Beierse Ingolstadt. Hij laat een vrouw en twee zoons na.

Faber was de laatste ongestrafte voortvluchtige oorlogsmisdadiger uit de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog was hij lid van de Waffen-SS.

In 1947 werd Faber in Nederland veroordeeld tot de doodstraf voor onder meer het medeplegen van 22 moorden tijdens de oorlog. Een half jaar later werd deze straf omgezet in een levenslange gevangenisstraf.

Faber wist in 1952 echter samen met een groep medegedetineerden te ontsnappen uit de Koepelgevangenis in Breda waar hij opgesloten was. Na zijn ontsnapping leefde Faber als vrij man in Duitsland.

Uitlevering

Duitsland weigerde Faber na zijn ontsnapping uit te leveren aan Nederland, omdat hij als oud-officier van de SS volgens een oud verdrag recht had op de Duitse nationaliteit.

''Mensen bleven het onrechtvaardig vinden dat hij nog steeds vrij rondliep'', aldus een woordvoerder van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). ''Hij hoorde op een of andere manier zijn straf uit te zitten.''

Nederland vroeg Duitsland, voor het laatst begin dit jaar, om Faber de straf in Duitsland uit te laten zitten. ''En daarna hoorde je er weer een tijdje niets over'', aldus de woordvoerder van het NIOD. ''En nu is het klaar. Het blijft misschien een onrechtvaardige situatie, maar het zou voor de nabestaanden veel vervelender zijn geweest als hij door de rechter was vrijgesproken.''

Verwijt

Nederland valt ook wat te verwijten, aldus de zegsman van het NIOD. ''Nederland heeft ook boter op het hoofd gehad'', zo legt hij uit.

''Toen Duitsland Faber niet uitleverde, heeft Nederland tegen Duitsland gezegd: het is een schande en we gaan niets meer met jullie doen. Duitsland was juist in die periode, de jaren '60 en '70, behoorlijk actief met onderzoek naar en het straffen van oorlogsmisdadigers. Nederland toonde eind jaren '70, begin jaren '80 pas weer interesse in Faber en anderen.''