AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie heeft bij de strafeisen tegen Robert M. en Richard van O., de verdachten in de Amsterdamse zedenzaak, ten onrechte gesuggereerd dat de zaak nog groter zou kunnen zijn.

Voor die suggestie is geen bewijs, zo stellen de advocaten van Robert M., Wim Anker en Tjalling van der Goot, vrijdag in een verklaring.

Het OM zei donderdag aanwijzingen te hebben dat M. meer kinderen heeft misbruikt dan de 87 die hij heeft bekend.

M. heeft die indruk gewekt tijdens verhoren bij de politie. Het OM eiste 20 jaar cel en tbs tegen M. en 12 jaar cel tegen Van O.

Betrouwbaar

De raadslieden wijzen erop dat het OM de tientallen verklaringen van M. als betrouwbaar en consistent heeft bestempeld en heeft gebruikt in de bewijsvoering.

De verklaring waarin hij aangeeft dat hij niet nóg meer kinderen heeft misbruikt, trekt justitie echter in twijfel, aldus Anker en Van der Goot. ''Dat lijkt een tweeslachtige opstelling van het OM.'' De suggestie ''levert mogelijk onnodige onrust onder ouders op.''

Ouders

Volgens advocaat Richard Korver, die tientallen betrokken ouderparen bijstaat, hebben de uitlatingen van het OM geen nieuwe onrust onder ouders veroorzaakt. ''De ouders kennen het standpunt van het OM'', aldus Korver vrijdag.

''Een aantal was al bevreesd over de mogelijkheid van nog meer slachtoffers. Ook ik heb ouders bij mij op kantoor gehad van kinderen die vóór 2006 met M. in aanraking zijn geweest. Zij moeten met deze onzekerheid leven'', aldus Korver. ''Ouders wier kinderen wel op de aanklacht tegen M. staan, leven zeer met die andere ouders mee.''

Niet concreet

Het OM zei donderdag dat er aanwijzingen zijn dat M. vóór 2006 kinderen heeft misbruikt. Op één feit in 2004 na heeft onderzoek tot dusver ''niet geleid tot concrete slachtoffers'', aldus het OM.

Op 16 april houden Anker en Van der Goot hun pleidooi voor M.