AMSTERDAM - Justitie mag sinds deze maand via dna-sporen op zoek naar familieleden van onbekende misdadigers. Vijf vragen over de nieuwe onderzoeksmethode.

De zaak Marianne Vaatstra heeft de primeur. Na 13 jaar loopt de moordenaar van het Friese tienermeisje nog steeds vrij rond.

 

Is de kans groot dat de moordenaar van Marianne Vaatstra hiermee wordt gepakt?

Het Openbaar Ministerie in Leeuwarden, dat de zaak leidt, zegt erg blij te zijn met het zogeheten verwantschapsonderzoek. De Nederlandse dna-databank voor strafzaken bevat 137.000 profielen en het zou zo maar kunnen dat familie van de dader erin voorkomt.

De kans is echter aanzienlijk groter van niet. Van ruim 99 procent van de bevolking is geen profiel beschikbaar. En het verwantschapsonderzoek beperkt zich tot een zoektocht naar ouders, kinderen, broers en zussen.

In Engeland wordt dergelijk onderzoek al langer gedaan. Dat gebeurt met redelijk succes, want tot nu toe leidden ongeveer één op de zes afgeronde zoekacties tot resultaat. Maar de Engelse databank is met 5,6 miljoen profielen erg uitgebreid, zodat de kans op aanwezige familieleden veel groter is dan bij ons.

Hoe lang duurt zo’n onderzoek?

Pas over enkele maanden is er duidelijkheid verwachten. Het spermaspoor dat in 1999 op het lichaam van Marianne Vaatstra werd gevonden, wordt door de computer vergeleken met alle profielen in de databank.

Binnen enkele minuten rolt er een longlist uit, met tientallen tot mogelijk vele honderden potentiële familieleden. Deze moeten vervolgens allemaal verder worden onderzocht. Dat is zeer arbeidsintensief werk.

iteindelijk blijft er een shortlist over met hooguit enkele profielen. Deze zijn van mogelijke familieleden van de moordenaar, maar het kunnen ook nog steeds volledige vreemden zijn. Het is aan politie en justitie om met de beschikbare informatie verder te rechercheren.

Hoe kan het dat uiteindelijk ook wildvreemden kunnen overblijven?

Het dna-profiel van mensen is een soort streepjescode. Ieder mens heeft een unieke code, die voor de helft afkomstig is van de vader en voor de helft van de moeder. Welke helft, staat niet vast.

aardoor is het mogelijk dat twee broers een zeer verschillend profiel hebben. En is het ook mogelijk dat de databank door toeval mensen vindt met een meer gelijkend profiel.
Het Nederlands Forensisch Instituut identificeert dna op 15 plekken, met telkens twee kenmerken. Elk profiel is uniek.

aar sommige kenmerken komen veel vaker voor dan andere. In het gunstige geval heeft het spoor van een dader opvallende kenmerken, die -als ze in de databank aanwezig zijn- ook bij directe familieleden te zien zijn.

Is een match gegarandeerd als er familie van een dader in de databank voorkomt?

In het geval van ouders en kinderen is dit vrijwel zeker. Dat geldt niet voor broers en zussen, omdat hun dna -naast de overeenkomsten- ook veel verschillende kenmerken kan hebben. Maar in veel gevallen zullen onderzoekers van het NFI de familieleden waarschijnlijk toch wel boven water krijgen.

Welke zaken komen voor verwantschapsonderzoek in aanmerking?

 

Daders van delicten waarvoor de maximumstraf acht jaar of hoger is en enkele specifiek benoemde gewelds- en zedendelicten. Bij een aanvraag van de Officier van Justitie beslist het College van procureurs-generaal of er daadwerkelijk onderzoek kan worden gedaan. De rechter-commissaris geeft daarvoor dan een machtiging af.

Een onderzoek heeft overigens alleen zin bij een zeer duidelijk daderspoor. Alleen een volledig dna-profiel maakt verwantschapsonderzoek mogelijk. Dat is lang niet altijd voorhanden, waardoor veel zaken bij voorbaat afvallen.

Tot slot moet ook rekening worden gehouden met de capaciteit van het NFI. Vanwege de benodigde tijd, is ongeveer tien van zulke onderzoeken per jaar het maximaal haalbare.